Verstand van verhuurderszaken #15 Zorgvastgoed en huurbescherming | deel I

Een huurder met een reguliere huurovereenkomst voor woonruimte geniet huurbescherming: de verhuurder kan de huurovereenkomst niet zomaar beëindigen. Zo is een beslissing van de rechter nodig over het einde van de huurovereenkomst en kan opzegging van de huurovereenkomst maar op een bepaald aantal in de wet genoemde gronden.

In geval van een combinatie van huur van woonruimte met vormen van zorg kan dat anders zijn. Er is dan sprake van een gemengde overeenkomst, omdat zowel het huren van een woning als het verkrijgen van zorg is geregeld. Wanneer het zorgelement duidelijk overheerst, blijven de huurrechtbepalingen buiten toepassing. In zo’n geval kan een huurder dus géén beroep doen op huurbescherming.

Wanneer overheerst het zorgelement? Over deze vraag worden veel procedures gevoerd. Het antwoord op de vraag volgt namelijk niet uit de wet en is afhankelijk van de specifieke omstandigheden. Denk aan de bedoeling van partijen en wat partijen in de huur- en/of zorgovereenkomst met elkaar hebben afgesproken. Daarnaast is de feitelijke situatie ook van belang: welke zorg wordt geleverd en hoe verhoudt die zorg zich tot het gebruik van de woonruimte?

Het anticiperen op een beroep op huurbescherming door de huurder begint bij zorgvuldig contracteren. Zeker nu naast een zorginstelling en een huurder vaak ook een woningcorporatie of vastgoedbelegger betrokken is. Daarnaast speelt de ligging van de woonruimte een rol, waardoor ook omwonenden betrokken kunnen raken. De belangen van al deze partijen kunnen behoorlijk uiteen lopen, terwijl de huurder graag een dak boven zijn hoofd houdt. Aan welke situaties moet worden gedacht en hoe hiermee om te gaan? In deel II ga ik hier nader op in. 

Reageren is niet mogelijk.