Wanneer een avond stappen anders verloopt dan gedacht

Verzoekster in onderhavige zaak is na een avond stappen door verweerder van achteren benaderd en opgetild. Verweerder is vervolgens met verzoekster weggerend en ten val gekomen. Als gevolg van deze val heeft verzoekster ernstig (blijvend) letsel opgelopen. Is er sprake van een onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) zijdens verweerder of ongelukkige samenloop van omstandigheden? De rechtbank Noord-Nederland heeft op 23 januari jl. voormelde vraag beantwoord.

In de nacht van 31 juli 2017 op 1 augustus 2017 is verzoekster met vriendinnen tijdens hun vakantie in Bulgarije een avond gaan stappen. Daar heeft zij verweerder en zijn vrienden leren kennen. Tijdens de wandeling terug naar het hotel heeft verweerder verzoekster zonder haar toestemming en op een voor haar onverwacht moment van achteren opgetild en is met haar weggerend, gestruikeld en ten val gekomen. Verweerder had de avond/nacht van het ongeval (tenminste enkele) alcohol bevattende drankjes gedronken. Als gevolg van de val heeft verzoekster ernstig letsel, te weten een complexe (drievoudige) enkelbreuk, opgelopen.

Verzoekster is in een Bulgaars ziekenhuis aan haar enkel geopereerd. Terug in Nederland volgde nog diverse afspraken bij de behandelende sector.

Verzoekster heeft vervolgens verweerder aansprakelijk gesteld voor de schade die zij als gevolg van het ongeval heeft geleden en zal lijden. Volgens verzoekster is sprake van een onrechtmatige daad van verweerder. Uiteindelijk wordt onderhavig geschil voorgelegd aan de deelgeschilrechter.

Verweerder voert aan dat gedurende de avond en nacht sprake was van veelvuldig (lichamelijk) contact tussen partijen en dat sprake was van een ontluikende liefde, in welke situatie volgens verweerder stoeien niet ongebruikelijk is. Volgens verweerder is dan ook onder voormelde omstandigheden het optillen niet onrechtmatig en niet onverwacht en is de val het gevolg geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Partijen zijn derhalve verdeeld over de vraag of het ongeval moet worden beschouwd als onrechtmatige daad aan de zijde van verweerder ofwel sprake is geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De rechtbank Noord-Nederland buigt zich over voormelde kwestie en oordeelt in haar vonnis d.d. 23 januari 2019 als volgt.

“Onrechtmatig is onder meer een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Verzoekster verwijt verweerder schending van deze zorgvuldigheidsnorm, doordat hij een gevaarlijke situatie heeft laten ontstaan. Alleen in het licht van de omstandigheden van het gegeven geval kan worden beoordeeld of daarvan sprake is. Niet reeds de enkele mogelijkheid van schade als verwezenlijking van aan een bepaald gedrag inherent gevaar doet dat gedrag onrechtmatig zijn. Zodanig gevaarscheppend gedrag is slechts onrechtmatig indien de mate van waarschijnlijkheid van schade als gevolg van dat gedrag zo groot is dat de betrokkene zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden. Tegen deze achtergrond is het volgende van belang.

Verweerder heeft verzoekster van achteren benaderd en haar aldus op een voor verzoekster onverwacht ogenblik opgetild. Verzoekster – zo heeft zij tijdens de mondelinge behandeling verklaard – weegt ongeveer 70 kilo. Met dit gewicht in zijn armen is verweerder gaan rennen terwijl hij onder invloed van alcohol verkeerde. Het is een feit van algemene bekendheid dat alcoholgebruik negatieve gevolgen heeft voor de motoriek, coördinatie en evenwicht, en dat het reactievermogen afneemt. Gegeven die omstandigheden was het voor verweerder voorzienbaar dat daarmee de mogelijkheid in het leven werd geroepen dat hij met verzoekster ten val zou komen”.

De mate van waarschijnlijk dat door de handeling schade bij verzoekster kon ontstaan was – zo oordeelt de rechtbank – dusdanig groot dat verweerder zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden. Bij deze stand van zaken kan dan ook niet worden geoordeeld dat sprake is geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

De rechtbank passeert daarnaast het (niet onderbouwde) verweer van verweerder dat de val (mogelijk) is veroorzaakt door een oneffenheid van het trottoir. Voorts geeft de rechtbank aan dat of sprake is geweest van een ontluikende liefde tussen partijen voor de beoordeling van onderhavig geschil niet van belang is.

Verweerder heeft dus jegens verzoekster onrechtmatig gehandeld en is op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk voor de door verzoekster geleden en nog te lijden (materiële en immateriële) schade als gevolg van het ongeval.

Deze blog is geschreven door mr. Romana van der Leij, advocaat bij Buro Letselschade.

Buro Letselschade is een label van Rijppaert & Peeters Advocaten.

Reageren is niet mogelijk.