Voorzichtig stijgende lijn in de hoogte en frequentie van toegewezen schadevergoedingen voor immateriële schade

Uit het nieuwe ANWB Smartengeldboek blijkt dat een ‘voorzichtig stijgende lijn waar te nemen is in de hoogte en frequentie van toegewezen schadevergoedingen voor immateriële schade’ (ook wel ‘smartengeld’ genoemd). Vooral in strafzaken krijgen slachtoffers hogere smartengeldvergoedingen toegewezen. Toch volgen ook civiele rechters steeds vaker dat voorbeeld.

Het hoogste smartengeld toegekend door een Nederlandse strafrechter (Gerechtshof Den Haag) is € 250.000 (geïndexeerd naar september 2018 is dat € 253.500) in een geval van ernstige mishandeling waardoor het slachtoffer een hersenbeschadiging opliep die leidde tot een permanente vegetatieve toestand (volgens een arts verkeert het slachtoffer in een continue staat van verlaagd of minimaal bewustzijn). Daarnaast is aan het slachtoffer in de zaak die ook wel bekend staat als de ‘Korrewegzaak’ ook € 250.000,00 immateriële schadevergoeding toegewezen door de rechtbank Noord-Nederland. Verdachte in de desbetreffende zaak heeft op 15 oktober 2017 vijfmaal met een revolver in de richting van het volstrekt onschuldige en willekeurige slachtoffer geschoten, waarbij het slachtoffer door drie kogels is getroffen in zijn rug, zijn linker onderbeen en zijn schaamstreek. Vervolgens is het slachtoffer zwaar gewond op het asfalt van de Korreweg achtergelaten. Het slachtoffer heeft aan de schietpartij onder meer ernstig blijvend letsel, te weten een hoge dwarslaesie, overgehouden.

Ook door de civiele rechter werd aan de erfgenamen van een vrouw bij wie het ziekenhuis de diagnose nierkanker miste € 200.000,00 toegewezen. Daarnaast werd afgelopen november € 110.000,00 smartengeld toegekend door de civiele rechter aan een man (die inmiddels 19 jaar oud is) die tot de dag van vandaag zwaar getraumatiseerd is door een mislukte besnijdenis in 2001. Dit is het hoogte bedrag, toegekend door een civiele rechter, in een zaak waarbij iemand niet is overleden.

Ook in zaken waarin het niet tot een procedure komt, maar een schikking wordt getroffen, worden hogere smartengeldbedragen uitgekeerd. In 2015 heeft het UMC Utrecht € 338.000,00 uitgekeerd aan een vrouw omdat haar arts de uitslag van een onderzoek (die wees op kanker) over het hoofd zag. Toen dit alsnog werd ontdekt, was de kanker inmiddels uitgezaaid en was de vrouw terminaal.

Met de komst van de Wet affectieschade, die sinds 1 januari 2019 in werking is getreden, hebben naasten van slachtoffers (onder bepaalde voorwaarden) ook recht gekregen op smartengeld. Een beperkte kring van gerechtigden krijgt dan bij overlijden of ernstig en blijvend letsel van een dierbare, automatisch recht op een gefixeerd bedrag aan smartengeld. De mogelijke uitkeringen op grond van voormelde wet variëren van € 12.500,00 tot € 20.000,00. Hoe vaak de rechter voormelde vergoedingen aankomend jaar zal toewijzen, dient nog te worden afgewacht.

Al met al lijkt sprake te zijn van een positieve ontwikkeling en lijken voor het toewijzen van schadevergoedingen duidelijke stappen gezet te worden in de goede richting.

Opvallend is wel dat de toegekende bedragen voor smartengeld in Nederland achterblijven bij die in bijvoorbeeld Groot-Brittannië en Duitsland. In Duitsland kennen rechters bijvoorbeeld veel hogere bedragen toe bij ernstig fysiek letsel (oplopend tot wel € 700.000,00 euro).

De vraag die zich vervolgens voordoet, is of er een claimcultuur met ‘Amerikaanse toestanden’ zal ontstaan. Siewert Lindenbergh, hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, zegt hierover het volgende: “Als mensen er recht op hebben, moeten ze het claimen. Als ze er geen recht op hebben, krijgen ze het toch niet. De grootste schadeposten zijn verlies van arbeidsvermogen en kosten van medische behandeling. Smartengeld is slechts een bescheiden deel van de totale schade”.

Buro Letselschade is een label van Rijppaert & Peeters Advocaten B.V.

Reageren is niet mogelijk.