Verstand van verhuurderszaken #15 Zorgvastgoed en huurbescherming | deel II

Wanneer het gaat om de verhuur van zorgvastgoed zijn vaak diverse partijen betrokken. Denk aan een zorginstelling, een woningcorporatie, een vastgoedbelegger en de zorgbehoevende zelf. De belangen van deze partijen lopen uiteen en in geval van een beroep op huurbescherming door de zorgbehoevende kan dit voor de betrokken partijen vervelende en onvoorziene situaties opleveren.

Een voorbeeld

Denk aan de situatie dat een zorgbehoevende in een woning woont waar hij facultatief huishoudelijke hulp en maaltijden krijgt. Andere zorg wordt al tijden niet meer geleverd. De zorgbehoevende betaalt huur aan de zorginstelling, maar er is tussen deze partijen alleen een zorgovereenkomst gesloten. De zorginstelling huurt de woning van de woningcorporatie.

De zorgbehoevende veroorzaakt overlast. Hij schreeuwt dagelijks en draait nachtenlang harde muziek. De zorgbehoevende wil geen zorg meer afnemen van de zorginstelling, maar wil ook de woning niet uit. De zorginstelling wil dat echter wel. Ook de buurman wil dat de zorgbehoevende vertrekt. De buurman heeft namelijk een ‘gewone’ huurovereenkomst met de woningcorporatie en wil zijn woongenot terug. Hij heeft erg veel last van de zorgbehoevende en kan in de nacht niet slapen.

Moet de zorgbehoevende nu de woning verlaten?

Het antwoord op deze vraag volgt in de eerste plaats heel kort gezegd uit de bedoeling van partijen en het antwoord op de vraag of het zorgelement overheerst. Dat zal voor deze casus nog niet zo gemakkelijk zijn. Ondanks het feit dat er geen schriftelijke huurovereenkomst is en er alleen een zorgovereenkomst is gesloten, vindt namelijk een feitelijke beoordeling van de situatie plaats. De kans is groot dat het facultatief aanbieden huishoudelijke hulp en maaltijden onvoldoende is om te concluderen dat het zorgelement overheerst. Er is dan sprake van huurbescherming. Niet alleen de zorginstelling heeft dan een probleem (een woning wordt bezet gehouden door iemand waaraan zij geen zorg kunnen verlenen, terwijl zij hiervoor wel huur betalen aan de woningcorporatie) maar ook de woningcorporatie. Zij hebben immers een huurder (de buurman) waaraan zij het rustig woongenot moeten verschaffen. De woningcorporatie zal bovendien moeten optreden richting de zorginstelling, wat de relatie niet ten goede zal komen. Een gerechtelijke procedure tot ontbinding van de huurovereenkomst zal dan het gevolg zijn, met alle risico’s, tijd en kosten van dien.

Zorgvuldig contracteren

Het voorkomen van voorgaande situatie begint met goede afspraken. Niet alleen tussen de zorgbehoevende en de zorginstelling, maar ook tussen de zorginstelling en de woningcorporatie. Niet alleen de anticipatie op een beroep op huurbescherming is hierbij een essentieel onderdeel, maar denk ook aan afspraken over (de noodzaak en uitvoering van) passend toewijzen, privacy, hoe om te gaan met overlast en wiens verantwoordelijkheid dat is, welke acties in voorkomend geval moeten worden ondernomen, verdeling van aansprakelijkheid, etcetera.

Afhankelijk van de gewenste verhouding en samenwerking tussen de betrokken partijen kan gekozen worden tussen verschillende contractsvormen. Wij helpen je hier graag bij. 

Reageren is niet mogelijk.