Verstand van bouwrechtzaken Nº7

Beëindiging aannemingsovereenkomst door de opdrachtgever

Als de opdrachtgever de aannemingsovereenkomst wil beëindigen, zijn er twee mogelijkheden: opzegging of ontbinding. De voorwaarden en gevolgen van opzegging en beëindiging verschillen echter nogal van elkaar. Reden genoeg om daarbij stil te staan.

Opzegging

De opdrachtgever is te allen tijde bevoegd om de aannemingsovereenkomst (geheel of gedeeltelijk) op te zeggen. Dit volgt niet alleen uit het Burgerlijk Wetboek, maar ook uit veel toegepaste standaardvoorwaarden zoals de UAV 2012 en de UAV-GC 2005. Een belangrijk verschil tussen het Burgerlijk Wetboek en de UAV is dat volgens de UAV ook de aannemer onder bepaalde omstandigheden het werk in onvoltooide staat mag beëindigen.

Na opzegging van de aannemingsovereenkomst zal een financiële afwikkeling moeten volgen. Bij opzegging houdt dit in dat de opdrachtgever de voor het gehele werk geldende prijs zal moeten betalen, verminderd met de besparingen die voor de aannemer uit de opzegging voortvloeien. Deze besparingen bestaan uit de bespaarde kosten van materialen en arbeid en verder op een eventuele vergoeding vanwege niet gelopen risico.

Wanneer vooraf geen prijs is afgesproken, maar de prijs zal bestaan uit een vergoeding van de werkelijke uitvoeringskosten, verhoogd met een opslag voor de algemene kosten en voor winst (de zogeheten regieovereenkomst), geldt een andere maatstaf. Deze maatstaf bestaat uit de gemaakte kosten, verrichte arbeid en de winst die de aannemer over het gehele werk zou hebben gemaakt.

Ontbinding

De opdrachtgever kan de aannemingsovereenkomst onder bepaalde omstandigheden ook ontbinden. Voorwaarden om te kunnen ontbinden zijn:
• de aannemer moet toerekenbaar tekort schieten;
• het tekort schieten moet voldoende ernstig zijn om ontbinding te rechtvaardigen;
• de tekort schietende partij moet in verzuim zijn. Voor ‘verzuim’ is meestal nodig dat een uiterste termijn is gegeven waarbinnen alsnog deugdelijk gepresteerd kan worden.

Ontbinding van de overeenkomst brengt met zich dat partijen bevrijd zijn van nog niet nagekomen verbintenissen en zij verplicht zijn de reeds verrichte prestaties ongedaan te maken. Omdat het meestal niet mogelijk is de verrichte prestaties ongedaan te maken (er is immers vaak al een deel van het werk gebouwd), treedt voor de prestaties van de aannemer een vergoeding in de plaats. Deze vergoeding wordt gebaseerd op de waarde van het reeds geleverde werk en van niet of niet deugdelijk uitgevoerde werkzaamheden.

De aannemer heeft eveneens de mogelijkheid om te ontbinden. Ook dan zal er sprake moeten zijn van een tekortkoming, voldoende rechtvaardiging en verzuim. Ontbinding van de aannemingsovereenkomst door de aannemer zal met name aan de orde zijn wanneer de opdrachtgever facturen ondanks aanmaningen onbetaald laat.

Welke keuze?

Het opzeggen van de aannemingsovereenkomst heeft vaak grote financiële gevolgen. De opdrachtgever is, zoals hiervoor opgemerkt, de gehele aanneemsom verschuldigd minus de besparingen. De stelplicht en de bewijslast voor de omvang van eventuele besparingen rust op de opdrachtgever. De aannemer zal desgevraagd duidelijk moeten maken welke besparingen hij heeft gehad.

Ontbinden is voor de opdrachtgever meestal financieel voordeliger dan opzeggen. Ontbinding leidt er namelijk toe dat de opdrachtgever een bedrag moet betalen dat overeenkomt met wat het werk ‘waard’ is. Ontbinding is echter uitsluitend mogelijk wanneer voldaan is aan de hiervoor vermelde voorwaarden. Maar pas op; een onterechte ontbinding wordt gelijk gesteld met een opzegging, zodat in dat geval ook afgerekend moet worden overeenkomstig de regels die gelden bij opzegging.

Meer weten?

Wilt u meer weten over de rechten en plichten bij de beëindiging van aannemingsovereenkomsten, neemt u dan contact op met een van onze bouwrechtsspecialisten.

Dit is de zevende publicatie in de reeks ‘Verstand van bouwrechtzaken’. Met regelmaat publiceren wij nieuwe artikelen op het rechtsgebied bouwrecht op social media.

Reageren is niet mogelijk.