Verstand van bouwrechtzaken N°19 – kostenverhogende omstandigheden

De bouw blijft geplaagd door prijsstijgingen. Als er geen vaste prijs is afgesproken dan kunnen prijsstijgingen van bouwmaterialen in beginsel worden doorberekend. Als er wel een vaste prijs is afgesproken dan kunnen prijsstijgingen alleen worden doorberekend als daar specifieke afspraken over zijn gemaakt. Die afspraken kunnen in het contract staan, maar ook in de algemene voorwaarden, zoals de veel gebruikte UAV 2012.

Artikel 47 UAV 2012

In artikel 47 UAV staat dat de aannemer aanspraak kan maken op bijbetaling als de kostenverhogende omstandigheden:

  1. die van dien aard zijn dat bij het tot stand komen van de overeenkomst geen rekening behoefde te worden gehouden met de kans dat zij zich zouden voordoen;
  2. die de aannemer niet kunnen worden toegerekend en
  3. die de kosten van het werk aanzienlijk verhogen.

Ondernemingsrisico

Uit de woorden “geen rekening behoefte te houden met de kans dat” volgt dat normale omstandigheden tot het ondernemingsrisico behoren. Alleen wanneer de kosten hoger zijn dan dat ondernemingsrisico, kunnen deze eventueel voor vergoeding in aanmerking komen. Of het meerdere door de opdrachtgever bijbetaald moet worden, hangt weer af van het zogeheten “aanzienlijkheidsvereiste”.

Geen vuistregel voor het ondernemingsrisico

Betoogd wordt soms dat het normale risico 10% bedraagt en dat dus alleen rekening moet worden gehouden met prijsstijgingen boven dit percentage. Maar dat is onjuist. Uit de UAV zelf, de literatuur en de jurisprudentie volgt geen vaste vuistregel voor het ondernemingsrisico. Uit de jurisprudentie blijkt wel dat het ondernemingsrisico onder ander volgt uit de voorzienbaarheid: wat konden en moesten partijen verwachten? Voor het antwoord op die vraag zijn in de rechtspraak van de Raad van Arbitrage een aantal gezichtspunten te herleiden. Bijvoorbeeld dat partijen in beginsel alleen rekening hoeven te houden met normale prijsschommelingen en dat op voor brandstoffen in beginsel een prijsstijging van 10% is te voorzien.[1]

Aanzienlijkheidvereiste

Om in aanmerking te komen voor vergoeding, is vereist dat de kosten van het werk aanzienlijk worden verhoogd. Daarvoor moet niet alleen gekeken worden naar de prijsstijging van een bepaald product, maar ook naar het gevolg van deze prijsstijging voor het totale werk. Daarbij ligt het voor de hand om uit te gaan van een percentage van de aanneemsom. Hetgeen in feite hetzelfde is als de beoordeling of sprake is van een redelijke winstmarge.

Wel vuistregel voor aanzienlijkheidsvereiste

Voor wat betreft het aanzienlijkheidsvereiste wordt in de rechtspraak inmiddels uitgegaan van en percentage van 5%. Als de kosten van het werk met meer dan 5% stijgen, is in ieder geval de opslag voor risico opgesoupeerd en zal de kostenverhogende omstandigheid ook de winstmarge voor het werk tenietdoen, tenzij ergens anders in het werk buitensporige meevallers waren. Uit de rechtspraak van de Raad van Arbitrage blijkt dat het niet de bedoeling is dat de aannemer de eerste 5% voor eigen rekening neemt. Wanneer de aannemer de opslag voor risico echter lager heeft begroot dan gebruikelijk, dan komt dat te laag begrote deel wel voor zijn rekening.

Tot slot

Onvoorziene prijsstijgingen zetten niet alleen het werk of de winsten onder druk, maar ook de verhouding tussen opdrachtgever en aannemer. Steeds meer bouwbedrijven werken daarom inmiddels met een herzieningsclausule, dat de mogelijkheid biedt om prijsstijgingen aan de opdrachtgever door te berekenen. Dit geeft partijen meer duidelijkheid .

Wilt u meer weten over kostenverhogende omstandigheden of herzieningsclausules, neemt u dan contact op met een van onze bouwrecht specialisten. Met regelmaat publiceren wij nieuwe artikelen over vastgoedrecht op sociale media. Volg ons en blijf op de hoogte!


[1] Voor een uitgebreider overzicht van deze gezichtspunten, zie het artikel in het Tijdschrift voor Bouwrecht van Mr. ing. J. Springelkamp, “Toepassing van par. 47 UAV 2012”, TBR 2021/139.

Reageren is niet mogelijk.