Verbod op zwijgcontracten

Er dient definitief een einde te komen aan zwijgcontracten in de zorg, aldus minister Hugo de Jonge (minister van Volksgezondheid, Sport en Welzijn). Een wetsvoorstel hierover is 11 maart 2020 in consultatie gegaan.


Een zwijgcontract is een overeenkomst die gesloten wordt tussen een zorgaanbieder en een patiënt of nabestaande. In dergelijke zwijgcontracten is vaak opgenomen dat patiënten en nabestaanden niet mogen praten met derden – zoals familie, vrienden en/of journalisten – over een incident in de zorg. Ook wordt hierin regelmatig opgenomen dat geen (tucht)klacht mag worden ingediend of dat afstand wordt gedaan van de gang naar de rechter. Hiertegenover staat dan veelal een vergoeding.


Volgens minister De Jonge zijn dergelijke zwijgcontracten onacceptabel. Een nieuwe wet moet het dan ook onmogelijk maken voor zorgverleners om patiënten of nabestaanden te dwingen hun mond te houden over fouten in de zorg.


Worden er toch afspraken gemaakt omtrent geheimhouding, dan zijn deze afspraken onder de mogelijk nieuwe wet op voorhand nietig.
Volgens minister De Jonge vormt deze wet een steun in de rug voor slachtoffers. Zij kunnen onder de nieuwe wet immers gewoon hun verhaal delen, hetgeen bij het meemaken van heftige gebeurtenissen van groot belang is, aldus de minister. Daarnaast kan bij openheid van zaken worden geleerd van fouten, hetgeen de kwaliteit van de zorg ten goede komt.


Of er daadwerkelijk een wettelijk verbod komt op zwijgcontracten, zal moeten worden afgewacht. Het wetsvoorstel van De Jonge wordt naar verwachting na de zomer in de Tweede Kamer behandeld.

Zie ook het nieuwsbericht van NOS d.d. 11 maart 2020.

Reageren is niet mogelijk.