Turboliquidatie en bestuurdersaansprakelijkheid

In de praktijk wordt regelmatig misbruik gemaakt van de turboliquidatie. De (turbo-)liquidatie is een relatief eenvoudige manier om een onderneming te ontbinden, die soms wordt gebruikt c.q. misbruikt om met name een faillissement – met bijbehorende curator met lastige onderzoeken en vragen – te ontlopen. Schuldeisers kunnen evenwel een bestuurder aansprakelijk houden voor de schade vanwege de keuze om tot turboliquidatie over te gaan, indien het besluit tot turboliquidatie van de vennootschap onrechtmatig is, bijvoorbeeld omdat er nog baten aanwezig zijn of nog te verwachten zijn in de vennootschap. In een recente uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden kwam de rechter onder de gegeven omstandigheden evenwel tot een ander oordeel.

Een onderneming op het gebied van online managementinformatie (hierna te noemen: “de vennootschap”), huurde werkplekken bij de schuldeiser. De vennootschap bleek na overname door een derde (veel) minder winstgevend dan vooraf was beoogd, en de vennootschap kon niet meer aan de (lopende) betalingsverplichtingen voldoen. De vennootschap stond voor een keuze: turboliquidatie of faillissement.

Ontbinding

De vennootschap kiest na inwinning van advies van een insolventiespecialist en met een besluit van de algemene vergadering voor de weg van de turboliquidatie. Volgens de bestuurder waren er geen baten meer in de vennootschap, er waren slechts schulden. Bovendien waren er ook geen baten meer te verwachten in de vennootschap. De vennootschap heeft de schuldeisers en de Kamer van Koophandel vervolgens op de hoogte gebracht van haar besluit tot turboliquidatie.

De vennootschap kiest voor een (turbo-)liquidatie als bedoeld in art. 2:19 BW door middel van:

  1. een besluit van de algemene vergadering tot liquidatie van de vennootschap;
  2. en stelt dat er zijn geen baten meer aanwezig in de vennootschap en er zijn ook geen baten meer te verwachten in de vennootschap;
  3. waarna het bestuur van de vennootschap opgaaf doet van de turboliquidatie aan de Kamer van Koophandel.

Schuldeiser

In een andere procedure had de rechter de vordering van de schuldeiser op de vennootschap in verband met de achterstallige huur toegewezen, maar daar kon de schuldeiser niets meer mee omdat de vennootschap door de turboliquidatie niet meer bestond. De schuldeiser besloot zich daarom te richten tot de bestuurder van de vennootschap. Hij stelde dat de bestuurder onrechtmatig heeft gehandeld door te kiezen voor de weg van turboliquidatie, omdat er nog wel baten aanwezig zouden zijn in de vennootschap. De schuldeiser houdt de bestuurder dan ook aansprakelijk voor de achterstallige huur.

Uitspraken

Hoewel de kantonrechter de schuldeiser in eerste aanleg in het gelijk stelt, en oordeelt dat de bestuurder onrechtmatig heeft gehandeld dan wel hem een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt, beoordeelt het hof de zaak anders. Het hof vindt dat de bestuurder voldoende heeft aangetoond dat de vennootschap (sterk) verlieslatend was en dat er geen baten aanwezig waren of nog te verwachten waren in de vennootschap. Het hof oordeelde daarom dat er terecht was gekozen voor de turboliquidatie, en wees daarom de schadevordering van de schuldeiser af. Volgens het hof was er geen sprake van onrechtmatig handelen door de bestuurder.

Daar voegde het hof nog aan toe dat zelfs wanneer de bestuurder onrechtmatig zou hebben gehandeld door voor de weg van turboliquidatie te kiezen in plaats van faillissement, de schuldeiser geen schade zou hebben geleden. Ook in de hypothetische situatie van een faillissement van de vennootschap, zouden er onvoldoende baten zijn om de (concurrente) vordering van de schuldeiser (gedeeltelijk) te voldoen.

Twijfelt u tussen turboliquidatie of faillissement van uw onderneming? Of kunt u het tij nog keren? Onze insolventiespecialisten kijken graag met u mee!

Reageren is niet mogelijk.