TELT ZWART GELD MEE BIJ DE VASTSTELLING VAN ALIMENTATIE? 

Bij het berekenen van alimentatie speelt de hoogte van het inkomen van beide partijen een grote rol, zowel voor de bepaling van de behoefte als voor de draagkracht.

Behoefte en draagkracht

De hoogte van de behoefte hangt af van het gezinsinkomen tijdens het huwelijk of de relatie. Met andere woorden: welke levensstandaard was het gezin gewend.

In veel gevallen is het vrij eenvoudig om die levensstandaard te berekenen. Aan de hand van jaaropgaven, salarisspecificaties, jaarrekeningen en aangiften inkomstenbelasting kan doorgaans de hoogte van het inkomen van partijen worden vastgesteld. Maar hoe bereken je de levensstandaard als vooral werd geleefd van zwarte inkomsten?

Indien eenmaal vast is komen te staan dat er sprake is van structurele zwarte inkomsten, dan verhogen deze inkomsten uiteraard ook de draagkracht. In dat geval wordt dan een hogere bijdrage vastgesteld dan in feite mogelijk is op grond van het officiële inkomen.

Procedure

Als in een procedure het standpunt wordt ingenomen dat een substantieel deel van het inkomen, zwarte inkomsten betreft, zal dit standpunt door de rechter niet zomaar gevolgd worden. Dat standpunt zal, indien het wordt betwist, onderbouwd en aannemelijk gemaakt moeten worden aan de hand van bewijsmiddelen.

Zwart inkomen bewezen

In een zaak die recent diende bij de rechtbank Midden-Nederland exploiteerde de man een coffeeshop. Op basis van zijn belastingaangiften bedroeg zijn inkomen ongeveer

€ 4.000,00 netto per maand. Volgens de vrouw leefden partijen echter van circa

€ 20.000,00 netto per maand en werd daarvan het grootste deel ‘zwart’ verdiend.

De vrouw verzoekt de door de man aan haar te betalen kinderalimentatie vast te stellen op € 1.896,00 per maand en de partneralimentatie op € 8.744,00 per maand.

Ter onderbouwing van haar standpunt dat er veel meer geld binnenkwam dan uit de officiële stukken blijkt, heeft de vrouw een cijferoverzicht opgesteld waarin zij de contante uitgaven van partijen in 2018 op € 208.177,00 heeft becijferd. Daar bovenop komen volgens de vrouw nog de vaste lasten en nog meer contante uitgaven. De vrouw heeft voorts vele bonnen overgelegd van uitgaven de door partijen zijn gedaan, waaronder bij merken als Gucci, Louis Vuitton, Christian Dior, Chanel etc.

De rechtbank oordeelt dat niet vast is te stellen wat partijen per maand te besteden hadden, maar dat door de vrouw voldoende is aangetoond dat er veel meer geld binnenkwam dan uit de door de man ingediende stukken blijkt, zodat de rechtbank niet van de inkomensgegevens van de man uit kan gaan. Het verweer van de man verklaart bovendien niet het verschil tussen de levensstijl van partijen en de inkomsten zoals die volgen uit de belastingaangifte.

Aan de hand van de door de vrouw opgestelde behoeftelijst stelt de rechtbank, de behoefte van de kinderen vervolgens vast op € 1.864,00 per kind per maand en de behoefte van de vrouw op € 5.680,00 per maand.

Bij gebrek aan informatie gaat de rechtbank er van uit dat de man voldoende draagkracht heeft om in de behoefte van de kinderen te voorzien en stelt (rekening houdend met de bijdrage van de vrouw in de kosten van de kinderen en een zorgkorting van 5%) de door de man te betalen bijdrage vast op een bedrag van

€ 1.754,00 per maand per kind. De partneralimentatie wordt vastgesteld op € 4.000,00 per maand.

ECLI:NL:RBMNE:2021:457

Zwart inkomen niet bewezen

In een andere zaak die diende voor het Gerechtshof Amsterdam werd door de vrouw aangevoerd dat het gezinsinkomen veel hoger was dan alleen de WAO-uitkering van de man.

De man had een klusbedrijf en volgens de vrouw had hij daar zwarte inkomsten uit, ongeveer € 60.000,00 per jaar. De vrouw baseert haar behoefte op het uitgavenpatroon van partijen en begroot deze op € 2.670,00 per maand. De vrouw stelt dat er sprake was van meerdere reizen per jaar naar het buitenland, luxueuze weekendjes weg, dineerden partijen twee keer per week in een restaurant, gaf zij ongeveer € 1.000,00 per maand uit aan kleding en schoenen, kreeg ze kostbare sieraden en ontving ze € 1.500 per maand aan huishoudgeld. De man stelde daartegenover dat hij al lang arbeidsongeschikt was en betwiste dat hij zwart bijkluste. Bovendien vindt de man dat de vrouw hem ten onrechte van fraude beticht maar geen enkel bewijsstuk overlegt.

Het Gerechtshof stelt de man in het gelijk en oordeelt dat de vrouw nog geen begin van bewijs heeft geleverd van haar stellingen.

ECLI:NL:GHAMS:2020:2259

Conclusie

De rechtspraak is sterk casuïstisch, maar duidelijk is wel dat rechters hoge eisen stellen aan het bewijs van de aanwezigheid van zwarte inkomsten. Enkel het standpunt innemen is onvoldoende, ook als algemeen bekend is dat in een bepaalde beroepsgroep veel zwart wordt bijgeklust. Kunt u echter aantonen dat er een discrepantie is tussen ‘witte’ inkomen en de levensstijl van partijen, dan maakt u een goede kans dat de rechter uw standpunt dat er sprake was van zwart inkomen, volgt. Bij het overleggen van bewijsmiddelen kunt u denken aan de aangiften inkomstenbelasting, het huishoudboekje of de agenda waaruit het zwarte werk blijkt, betaalbewijzen van luxe uitgaven, getuigenverklaringen, tekstberichten waaruit het zwarte werk blijk, etc.

Heeft u nog vragen naar aanleiding van deze blog neemt u dan vooral contact op met onze familierechtspecialist mr. Patricia Grosfeld.

Reageren is niet mogelijk.