Sluiting panden op grond van Gemeentewet

Op 19 augustus 2014 is in BN/De Stem een artikel verschenen over de tijdelijke sluiting van twee bedrijfspanden wegens daar aangetroffen drugs.

Door Floris Wubbena

wubbenaEén en ander is voor de burgemeester reden geweest om de sluiting van beide panden te gelasten. De eigenaren kunnen dus voorlopig niets met deze panden. Hoe zit dit nu eigenlijk?

De grondslag voor de sluiting van de panden

De burgemeester kan besluiten een woning, of (in dit geval) een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij de woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien door gedragingen in de woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf wordt verstoord, aldus artikel 174a Gemeentewet (Wet Victoria). Bij toepassing van dit artikel is het aantonen van overlast met name van belang.

De burgemeester is op grond van artikel 13b Opiumwet bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in de woningen of lokalen (of bijbehorende erven) een middel als bedoel in lijst I of II van de Opiumwet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Het is de bedoeling van de wetgever geweest om de burgemeester de mogelijkheid te geven op te kunnen treden tegen drugshandel zonder dat daarbij steeds moet worden aangetoond dat er sprake is van ernstige overlast.

Wanneer de maatregelen van artikel 174a Gemeentewet en artikel 13b Opiumwet niet afdoende zijn, biedt artikel 16a Woningwet (Wet Victor) de burgemeester nog de mogelijkheid om aanvullende maatregelen te treffen. Hierbij valt dan te denken aan maatregelen om de leefbaarheid rondom reeds gesloten panden te herstellen.

Beleidsregels Oosterhout: one strike and you’re out!

Voor de toepassing van voormelde last onder bestuursdwang, en in praktijk de tijdelijke sluiting van een woning of bedrijfsruimte wegens daar aangetroffen drugs, heeft de Gemeente Oosterhout beleidsregels opgesteld die op 16 april 2014 in Weekblad Oosterhout bekend zijn gemaakt en welke vervolgens op 24 april 2014 in werking zijn getreden.

De volgende link leidt direct naar de beleidsregels van de Gemeente Oosterhout:

http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Historie/Oosterhout/332846/332846_1.html

De Gemeente Oosterhout heeft een onderscheid gemaakt naar hard- (lijst I) en softdrugs (lijst II).

Indien voor het eerst harddrugs in een bedrijfsruimte worden aangetroffen, wordt het pand direct gesloten voor een periode van 12 maanden. Bij de tweede constatering wordt het pand gesloten voor onbepaalde tijd. Het pand wordt gesloten als sprake is van verkoop van harddrugs door de eigenaar of exploitant, de leidinggevende of ander personeel, er meer dan 0,5 gram harddrugs aanwezig is, of meer dan 5 ml GHB. Het betreft geen limitatieve opsomming.

Indien voor het eerst softdrugs in een bedrijfsruimte worden aangetroffen, wordt het pand gesloten voor een periode van 6 maanden. Bij een tweede constatering voor een periode van 12 maanden en bij een derde constatering sluit de burgemeester het pand voor onbepaalde tijd. Het pand wordt gesloten indien sprake is van verkoop van softdrugs door de eigenaar of exploitant, de leidinggevende of ander personeel of indien meer dan 5 gram softdrugs in het pand aanwezig is, of als er sprake is van een bedrijfsmatige hennepkwekerij. Het betreft geen limitatieve opsomming.

Ook een woning kan op last van de burgemeester gesloten worden. De burgemeester dient dan wel rekening te houden met artikel 8 EVRM. Hier staat kort in omschreven dat een ieder recht heeft op respect voor zijn privéleven, zijn familie- of gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Bij een eerste constatering van de aanwezigheid van harddrugs, kan de woning al gesloten worden voor een periode van 3 maanden. Bij een eerste constatering van de aanwezigheid van softdrugs krijgt de eigenaar, huurder of bewoner een bestuurlijke waarschuwing.

Positie van de eigenaar en/of verhuurder

In beginsel wordt overeenkomstig bovenstaande beleidsregels besloten welke bestuurlijke maatregel er moet worden opgelegd. Alleen op basis van specifieke feiten en omstandigheden kan de burgemeester in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de beleidsregels.

Een besluit tot sluiting van een pand heeft niet alleen gevolgen voor de persoon die de overlast veroorzaakt. Door het bestaan van artikel 1:2 lid 1 Awb heeft de sluiting van een pand ook gevolgen voor de eigenaar of de verhuurder van het pand.  Zo hoeft de burgemeester bijvoorbeeld geen compensatie aan te bieden voor het verlies aan huur dat de eigenaar of verhuurder lijdt, ook als die eigenaar zelf niet de overlast veroorzaakte en alles in het werk heeft gesteld om de overlastveroorzaker uit het pand te krijgen. Voor een verhuurder/eigenaar geldt dus min of meer een risicoaansprakelijkheid voor het gedrag van de huurder.[1] Hierdoor kunnen zelfs de kosten voor een ontruiming op de eigenaar of verhuurder van het pand worden verhaald!

Mocht u als verhuurder of eigenaar van een pand het gesloten pand betreden, bent u ook nog eens strafbaar op grond van o.a. artikel 2:41 van de APV Oosterhout. Er hangt dan een hechtenis van ten hoogste 3 maanden of een geldboete van de tweede categorie (€4.050,00) boven uw hoofd.

Als u als eigenaar of verhuurder echter alle maatregelen getroffen heeft om de overeenkomst met de overlastveroorzaker te beëindigen, dan kan het disproportioneel zijn om alsnog voor een standaardtermijn van bijvoorbeeld de eerdergenoemde 12 maanden het pand te sluiten.[2] U dient deze beëindiging dan wel direct na constatering van de (mogelijke) aanwezigheid van drugs in het pand in werking te zetten.

Tot slot

Als verhuurder of eigenaar van een pand is het dus opletten geblazen. U kunt én inkomsten mislopen én een hoge rekening gepresenteerd krijgen in geval van een eventuele ontruiming. Er zal namelijk niet snel worden afgeweken van de beleidsregels. Wees alert, houdt regelmatig pandcontroles en probeer na constatering van (de mogelijke aanwezigheid van) drugs direct een sluiting te voorkomen.

Heeft u nog vragen? Ons Legal Team staat voor u klaar.

 

[1] ABRvS 25 mei 2005, 200407569/1 (Woningsluiting Rotterdam)

[2] Rechtbank Maastricht 13 januari 2009, LJN: BH0376 (Heerlen)

Reageren is niet mogelijk.