Rechtbank bevestigt: neem het slachtoffer zoals het is

Herstelt een slachtoffer niet zo snel als gemiddeld, dan wordt door de aansprakelijke partij nog weleens aangevoerd dat zij niet dient op te draaien voor de hieraan gekoppelde (voortdurende) schade. In onze visie gaat de (verzekeraar van de) aansprakelijke partij hiermee te kort door de bocht. Het gaat immers niet om een gemiddelde herstelperiode of om een gemiddelde inzet in het revalidatietraject. Nee, het gaat om de vraag of een benadeelde zich binnen de grenzen van zijn of haar mogelijkheden inzet. En die mogelijkheden verschillen per persoon.

Recentelijk heeft de rechtbank Midden-Nederland bevestigd dat onze visie de juiste is. In een zaak waarin een benadeelde decompenseerde, aggraveerde (klachten ernstiger presenteerde) en bepaalde behandelopties onbenut liet, oordeelde de rechtbank dat zowel het causaal verband tussen de doorlopende schade en het ongeval diende te worden aangenomen als dat het uitblijven van herstel aan de aansprakelijke partij kon worden toegerekend. Letterlijk overwoog de rechtbank dat de aansprakelijke partij het slachtoffer moet nemen zoals het is.

Dat de benadeelde niet erg gemotiveerd was voor verdere behandelingen deed volgens de rechtbank niets af aan de vergoedingsplicht van de verzekeraar. De benadeelde in die zaak bleek namelijk onvoldoende belastbaar, trainbaar en leerbaar.

Voor de goede orde, wij betogen niet dat een slachtoffer achterover moet gaan leunen. Normaliter mag van een benadeelde worden verwacht dat hij/zij aan zijn/haar herstel werkt. Wij betogen echter wel dat steeds specifiek naar het individuele slachtoffer dient te worden gekeken, waarbij het helaas weleens voorkomt dat iemand anders – lees: heftiger – reageert op letsel dan verwacht en/of dat het iemand simpelweg niet lukt om een behandeling effectief te laten zijn. Zoals nu weer door de rechtbank Midden-Nederland erkend, houdt dit betoog in voorkomende gevallen dus stand.

Reageren is niet mogelijk.