Recht op smartengeld: kan dat worden geërfd?

Er ontstaat een ongeval. De (verzekeraar van de) veroorzaker erkent de aansprakelijkheid. Nadien overlijdt het slachtoffer. Erven de erfgenamen het recht op een immateriële schadevergoeding?

 

Een slachtoffer heeft recht op een – naar billijkheid vast te stellen – immateriële schadevergoeding indien hij/zij letsel heeft opgelopen. Dit vorderingsrecht gaat echter niet per definitie over op de erfgenamen ingeval van overlijden van de direct getroffene. In de wet staat dat hiertoe nodig is dat het slachtoffer aan de aansprakelijke partij heeft medegedeeld aanspraak te maken op een smartengeldvergoeding.

 

Uit een vorige week gepubliceerde uitspraak[1] blijkt maar weer dat niet te lichtzinnig moet worden gedacht over het vereiste van het vóór het overlijden moeten mededelen van een aanspraak op een immateriële schadevergoeding. In die betreffende zaak wees de rechtbank de vorderingen van de erfgenamen af. Dit onder andere (1) omdat uit de gevoerde correspondentie geen aanwijzingen waren te vinden over de omvang of de aard van de schade waarvoor de werkgever van de veroorzaker aansprakelijk was gesteld, (2) het ingevulde schadeformulier te algemeen was om daaruit te mogen afleiden dat de getroffene de bedoeling had smartengeld te vorderen en (3) ook niet aannemelijk was gemaakt dat uit de met de aansprakelijke partij gevoerde telefoongesprekken de bedoeling van het slachtoffer wél naar voren was gekomen. Dat een werknemer van de aansprakelijke partij – i.c. was de chauffeur die het slachtoffer had aangereden langsgegaan in het ziekenhuis, de werkgever van de chauffeur was aansprakelijk – (wel) bekend was met de ernst van het letsel, achtte de rechtbank onvoldoende om anders te oordelen.

 

Het is en blijft zodoende van belang om tijdig aanspraak te maken op een immateriële schadevergoeding.

 

[1] ECLI:NL:RBMNE:2019:4976

Reageren is niet mogelijk.