Primeur voor Buro Letselschade: affectieschade én shockschade toegewezen

De rechtbank heeft ons gevolgd: nabestaanden kunnen bovenop een affectieschadevergoeding ook recht hebben op een shockschadevergoeding. Het een sluit het ander niet uit. Wij betogen dit al langer, maar ondersteunende rechtspraak ontbrak. Hier is dinsdag 19 november 2019 – gelukkig – verandering in gekomen, want toen heeft de rechtbank te Breda meerdere door ons kantoor ingediende (en uitgebreid toegelichte) samenlopende vorderingen toegewezen.

 

Kort gezegd betreft een affectieschadevergoeding een smartengeldvergoeding, waarmee de wetgever heeft beoogd een bijdrage te leveren aan de erkenning van het leed van nabestaanden (o.a. partners, ouders en kinderen). Hiervan dient shockschade te worden onderscheiden.

 

Shockschade betreft de schade die ontstaat doordat iemand een ongeval waarneemt, of direct wordt geconfronteerd met de ernstige gevolgen ervan, en vanwege de teweeggebrachte hevige emotionele shock geestelijk letsel oploopt. Shockschade brengt een zelfstandige onrechtmatige daad met zich mee, waardoor zowel de ontstane materiële als immateriële schade dient te worden vergoed.

 

Partners, ouders en kinderen die bijvoorbeeld een ongeval hebben waargenomen waarbij degene met wie zij een affectieve relatie hadden is komen te overlijden, kunnen in voorkomende gevallen een shockschade ontwikkelen. Alleen het toewijzen van een affectieschadevergoeding volstaat dan niet.

 

Overigens dient het vereiste van de ‘directe confrontatie met de ernstige gevolgen’ als voormeld ruim te worden uitgelegd. Bij uitspraak van 19 november 2019 achtte de rechtbank het zien van de opgebaarde overledene en de confrontatie met bloedsporen afdoende.

 

Tot slot werd ook in deze zaak een zogenoemde schadevergoedingsmaatregel opgelegd. De nabestaanden hoeven hierdoor niet zelf hun vorderingen te verhalen op de veroordeelde, dit doet de Staat voor hen.

Reageren is niet mogelijk.