Ten onrechte afgeven van wapenvergunning aan Tristan van der Vlis met alle gevolgen van dien: politie is aansprakelijk en dient schade van slachtoffers te vergoeden

Tristan van der Vlis heeft op zaterdag 9 april 2011 in en rond het winkelcentrum De Ridderhof in Alphen aan den Rijn met vuurwapens zes mensen gedood. Daarnaast raakte zestien mensen door zijn kogels gewond. Kort nadat hij dit bloedbad aanrichtte, heeft hij zichzelf doodgeschoten. Dient de politie de schade van de slachtoffers te vergoeden?

 

Verwijt

Slachtoffers, nabestaanden van slachtoffers, ooggetuigen en winkeliers van wie eigendommen ten tijde van deze schietpartij zijn beschadigd (vanaf nu: de slachtoffers), spanden een zaak aan tegen voormalig Politieregio Hollands Midden (vanaf nu: de politie). Volgens hen is de politie aansprakelijk voor de schade die Van der Vlis heeft aangericht. De politie had kort gezegd aan Van der Vlis geen wapenverlof mogen verlenen, zeker gezien onder andere zijn ernstige psychische problemen. De slachtoffers stellen dat de politie daardoor onrechtmatig heeft gehandeld (artikel 6:162 BW). De politie zou ten onrechte niet alle relevante feiten in de beoordeling van de aanvraag van het wapenverlof van Van der Vlis hebben betrokken en zou ten onrechte de wetgeving niet restrictief hebben toegepast.

Wet wapens en munitie

Op grond van de Wet wapens en munitie (WWM) is het verboden voor burgers om vuurwapens voorhanden te hebben. Bij uitzondering kan een burger daar echter wel verlof voor krijgen. Dit wordt alleen verleend indien aan een aantal voorwaarden is voldaan. Op grond van artikel 7 WWM moet het verlof in ieder geval worden geweigerd indien er onder andere reden is om te vrezen dat aan de aanvrager het onder zich hebben van vuurwapens niet kan worden toevertrouwd of er reden is te vrezen dat er door de aanvrager misbruik zal worden gemaakt van de wapens.

Uitkomst procedure(s)

De rechtbank heeft de vorderingen van de slachtoffers eerder afgewezen. Vervolgens is hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof Den Haag heeft 27 maart jl. uitspraak gedaan in onderhavige zaak.[1] Het hof acht (ook) de politie aansprakelijk voor de schade zoals die door de slachtoffers is geleden, voor zover het schade als gevolg van lichamelijk letsel of overlijden betreft. Andere schadeposten dan letsel- en overlijdensschade kunnen volgens het hof niet aan de politie worden toegerekend.

Het hof stelt daarbij dat de WWM de bedoeling heeft zowel de samenleving (het collectief veiligheidsbelang) als individuele burgers te beschermen. Het gaat er dus ook om slachtoffers te voorkomen. Het hof geeft hierbij aan: “Met het opnemen van de weigeringsgronden beoogde de wetgever te voorkomen dat bepaalde personen (misdadigers, zieken van geest en kinderen) een vuurwapen in handen zouden krijgen en daarvan misbruik zouden maken, waardoor de veiligheid van de burger in gevaar zou komen en er slachtoffers zouden vallen. Het voorkomen van dat gevaar voor anderen als gevolg van misbruik is een uitdrukkelijk door het hoofd van politie/de korpschef te beoordelen risico dat in voorkomend geval tot weigering van een gevraagd verlof moet leiden. Vuurwapens behoren niet in handen te komen van personen aan wie die wapens niet kunnen worden toevertrouwd”.

Secundaire aansprakelijkheid

Uiteraard is Tristan van der Vlis primair zelf op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) aansprakelijk voor de schade. Dit sluit echter niet uit dat ook de politie en/of de ouders van Tristan van der Vlis (afgeleid) aansprakelijk kunnen zijn.

Dit wordt ook wel secundaire aansprakelijkheid genoemd. In het kader van de secundaire aansprakelijkheid wordt niet de primair verantwoordelijke, maar de zogenoemde secundair verantwoordelijke partij aansprakelijk gehouden voor (het intreden van) de schade. In dergelijke secundaire aansprakelijkheidsprocedures gaat het niet, althans niet alleen, om de aansprakelijkheid van de directe veroorzaker van de schade dan wel om de meest ‘voor de hand liggende’ aansprakelijke partij (de primaire partij), maar om de aansprakelijkheid van de partij die bijvoorbeeld tekort is geschoten in het treffen van voorzorgsmaatregelen of het houden van toezicht om zo het handelen van de primaire partij te (kunnen) voorkomen. In dit kader wordt dan ook vaak nalatig handelen verweten aan deze secundaire partij. Het gaat daarbij om de vraag of deze secundaire partij meer had moeten doen of anders had moeten handelen.

Zowel de politie als de ouders kunnen in deze zaak gezien worden als dergelijke secundaire partijen. De primair verantwoordelijke partij, Tristan van der Vlis, is overleden.

Los van deze zaak is te zien dat ook in andere secundaire aansprakelijkheidsprocedures, waarin de primaire partij nog wel leeft en derhalve juridisch gezien aan te spreken is, toch ervoor wordt gekozen de secundaire partij aan te spreken. Dit kan met het oog op het verhalen van schade voor slachtoffers aantrekkelijk zijn als de secundaire partij meer liquide is dan de primaire partij.

Eerder spande de slachtoffers al een zaak aan tegen de ouders van Tristan van der Vlis. De vorderingen in deze zaak werden door de rechtbank afgewezen.

De politie daarentegen is nu door het hof veroordeeld tot vergoeding van de door de slachtoffers geleden en nog te lijden letsel- en overlijdensschade.

Dit artikel is geschreven door mr. Romana van der Leij, advocaat bij Buro Letselschade.

 

 

[1] Gerechtshof Den Haag 27 maart 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:541.

Reageren is niet mogelijk.