Materialen geleverd voor een gebouw, maar er wordt niet betaald. Biedt mijn eigendomsvoorbehoud redding?

Wordt betonbewapening bestanddeel van een gebouw en eigendom van de grondeigenaar? Wat is dan de waarde van een eigendomsvoorbehoud? Kan (met succes) een beroep gedaan worden op ongerechtvaardigde verrijking?

Over deze vragen hebben de kantonrechter te Middelburg en vervolgens het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch zich uitgesproken (Hof ‘s-Hertogenbosch 30-01-2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:384)

Samenvatting

Een coöperatie heeft een aannemingsovereenkomst gesloten met een aannemer voor de bouw van een gebouw. De aannemer schakelt een onderaannemer in voor het leveren van de betonwapening van de vloer. Na de levering van de bewapening, maar voor betaling daarvan, gaat de aannemer failliet. Intussen heeft de coöperatie het beton voor de vloer laten storten.

Kantonrechter

De onderaannemer vordert bij de kantonrechter veroordeling van de coöperatie tot betaling van schadevergoeding voor de wapening. Zij stelt dat de coöperatie onrechtmatig heeft gehandeld, omdat zij wist van het eigendomsvoorbehoud van de onderaannemer, maar niettemin het beton voor de vloer heeft laten storten. Volgens de onderaannemers heeft de coöperatie zich daarmee tevens ongerechtvaardigd verrijkt. De kantonrechter heeft de vordering toegewezen.

Hof

De coöperatie gaat in hoger beroep. Het Hof oordeelt dat de wapening naar verkeersopvatting bestanddeel is van het bedrijfsgebouw in aanbouw op grond. De wapening is daarom eigendom geworden van de coöperatie. Het eigendomsvoorbehoud staat deze eigendomsovergang niet in de weg. Verder kan volgens het Hof niet worden geoordeeld dat de coöperatie ongerechtvaardigd is verrijkt.

Commentaar

Uit de wet volgt dat al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel uitmaakt van een zaak, bestanddeel van die zaak. Dit dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Een zaak wordt bestanddeel indien die met een hoofdzaak zodanig is verbonden dat zij daarvan niet kan worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis wordt toegebracht aan een der zaken. Een overeengekomen eigendomsvoorbehoud voorkomt volgens de wet niet dat een eigendomsovergang door natrekking plaatsvindt.

Bij de beoordeling of er sprake is van bestanddeelvorming is van belang dat de wapening kan worden aangemerkt als een onmisbaar onderdeel van de vloer van het bedrijfsgebouw. Dat is mijns inziens hier onmiskenbaar het geval. De wapening was aangebracht op de daartoe bestemde plaats in de vloer en zij was bestemd om op het betreffende terrein te blijven. De wapening is daarom eigendom geworden van de grondeigenaar waarop het gebouw werd gebouwd.

Onder omstandigheden kan sprake zijn van ongerechtvaardigde verrijking van de nieuwe eigenaar van de nagetrokken zaak opleveren. Dit kan een verplichting tot het betalen van een schadevergoeding aan de oude eigenaar met zich brengen. Er is sprake van ongerechtvaardigde verrijking indien een partij is verarmd door natrekking en de andere partij daardoor is verrijkt, terwijl voor die verrijking geen redelijke grond aanwezig is. Het Hof oordeelde echter in deze zaak dat geen sprake was van verrijking bij de coöperatie. Zij had de aannemer namelijk betaald voor de levering en plaatsing van de wapening.

Tip

Een leverancier/(onder)aannemer die onder eigendomsvoorbehoud zaken levert die ergens in verwerkt of aangebracht worden, doet er verstandig aan om ‘boter bij de vis’ te vragen of te bedingen dat eerst een zakelijk recht wordt gevestigd of andere zekerheid wordt gesteld. Een eigendomsvoorbehoud biedt veelal onvoldoende zekerheid. Een beroep op ongerechtvaardigde verrijking zal niet altijd slagen. Iets om rekening mee te houden!

Reageren is niet mogelijk.