Kinderalimentatie, hoe zit het eigenlijk?

Als u gaat scheiden moet er veel geregeld worden, maar het belangrijkste is toch wel de afspraken die over de kinderen gemaakt moeten worden. Er moet een ouderschapsplan opgesteld worden waar in ieder geval in moet staan hoe de ouders de zorg over de kinderen na de scheiding gaan regelen, hoe zij met elkaar gaan communiceren over de kinderen en hoe zij gaan voorzien in de kosten van de kinderen. Kinderalimentatie is een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding  van de kinderen van de niet verzorgende ouder aan de andere ouder.

Ouders zijn wettelijk verplicht om in het levensonderhoud van hun kinderen te voorzien tot zij 21 jaar zijn. Tot de leeftijd van 18 jaar wordt de bijdrage betaald aan de andere, verzorgende, ouder. Op het moment dat een kind 18 jaar wordt, wordt deze bijdrage in beginsel aan het kind zelf betaald tenzij de ouders andere afspraken maken en het kind daarmee instemt.

Hoewel ouders in beginsel zelf afspraken mogen maken over de hoogte van de kinderalimentatie, mag daar niet van worden afgezien, bijvoorbeeld ten gunste van een hoger bedrag aan partneralimentatie. Kinderalimentatie gaat daarnaast altijd voor partneralimentatie. Ook moet sprake zijn van een redelijke bijdrage.

Is eenmaal een bedrag aan kinderalimentatie vastgesteld, bijvoorbeeld in onderling overleg of door de rechter, dan kan het natuurlijk zo zijn dat nadien de omstandigheden wijzigen. Het inkomen van één van de ouders is bijvoorbeeld aanmerkelijk gedaald of er is een wijziging in de gezinssituatie van één van de ouders opgetreden. In dergelijke gevallen kan de te betalen bijdrage opnieuw vastgesteld worden.

Om te bepalen of en hoeveel een ouder aan kinderalimentatie moet betalen, wordt kort gezegd een driestappenplan gevolgd: 1) wat is de financiële behoefte van het kind 2) wat is de draagkracht van ieder van de ouders en 3) hoeveel moet ieder van de ouders bijdragen aan de kosten van het kind?

Stap 1: De behoefte van het kind

Kinderen kosten geld. Dat is duidelijk. Dat noemen we (financiële) behoefte. Kinderen hebben echter niet allemaal dezelfde behoefte. Uitgangspunt  om deze behoefte te bepalen is het netto besteedbaar gezinsinkomen van de ouders tijdens het huwelijk (relatie). Achterliggende gedachte is dat kinderen een hogere behoefte hebben als er binnen het gezin meer te besteden was. Voor het vaststellen van de behoefte wordt gebruik gemaakt van speciale tabellen die zijn opgenomen in het Tremarapport. Afhankelijk van het aantal kinderen, de leeftijd van de kinderen en het inkomen van de ouders kan de behoefte van de kinderen uit de tabel worden afgelezen.

Stap 2: de draagkracht

Nadat de behoefte is vastgesteld, zal beoordeeld moeten worden in welke mate iedere ouder in staat is om een bijdrage te leveren in de kosten van de kinderen. Dat hangt natuurlijk vooral af van de hoogte van de inkomens van de ouders. In beginsel geldt hoe hoger het inkomen, hoe meer er betaald kan worden. Echter, de te betalen bijdrage zal nooit hoger zijn dan de berekende behoefte in stap 1.

Daarnaast moet natuurlijk ook rekening worden gehouden met bepaalde lasten die de ouders hebben. Een groot verschil met de berekening van de draagkracht ten behoeve van partneralimentatie is dat bij de berekening van kinderalimentatie geen rekening wordt gehouden met de werkelijke woonlasten, maar met een forfaitair bedrag. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger de forfaitaire woonlast. Het kan dus zo zijn dat de werkelijke woonlast hoger of lager is dan de forfaitaire woonlast. Verder wordt ook geen rekening gehouden met andere lasten, zoals aflossing schulden etc. Wel wordt een bedrag gelijk aan de bijstandsnorm vrij gelaten. Van het gevonden bedrag (netto inkomen -/- bijstandsnorm en forfaitaire woonlast) is dan 70% beschikbaar voor kinderalimentatie.

Stap 3: de draagkrachtvergelijking

Op het moment dat de draagkracht van ieder van de ouders is vastgesteld, zal bekeken moeten worden welk bedrag partijen naar rato van hun draagkracht kunnen bijdragen in de kosten van het kind. Dit wordt ook wel een draagkrachtvergelijking genoemd.

In beginsel zal de ouder waar het kind woont (de verzorgende ouder) een bijdrage ontvangen van de andere oudere (de niet-verzorgende ouder). Op de te betalen bijdrage wordt echter de zogenaamde zorgkorting in mindering gebracht. Hoe meer een kind bij de niet verzorgende ouder verblijft, hoe hoger de zorgkorting en dus hoe lager de kinderalimentatie. De verzorgende ouder heeft immers minder kosten als de kinderen bij de andere ouder zijn.

Het hiervoor geschetste stappenplan is een standaardsituatie. Er zijn vele uitzonderingen denkbaar. Ook in geval van bijvoorbeeld co-ouderschap wordt de bijdrage vaak anders berekend.

Wenst u hulp bij het vaststellen of herberekenen van kinderalimentatie of hebt u andere vragen? Neemt u dan gerust contact met ons op.

Dit artikel is geschreven voor het Weekblad Oosterhout.

Reageren is niet mogelijk.