Verstand van Bouwrechtzaken N°15 – Intrekking omgevingsvergunning – deel I

Een verleende omgevingsvergunning kan ook weer ingetrokken worden. Van een omgevingsvergunning voor bouwen moet daadwerkelijk gebruik gemaakt worden en er zal ook met de bouw doorgepakt moeten worden. Anders riskeer je dat de vergunning ingetrokken wordt.

Op grond de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (’Wabo’) is het bevoegd gezag in bepaalde gevallen bevoegd, of zelfs verplicht, om een verleende omgevingsvergunning in te trekken.


Verplichting tot intrekking

De Wabo noemt 7 gronden op basis waarvan het bevoegd gezag verplicht is om een omgevingsvergunning in te trekken, te weten:

1. wanneer Internationaal recht, zoals een bindend Verdrag, dat eist;

2. wanneer bij een inrichting of mijnbouwwerk door wijziging van de voorschriften de best beschikbare technieken niet toegepast kunnen worden;

3. op verzoek van het bestuursorgaan dat een verklaringen van geen bedenkingen afgeeft;

4. wanneer een inrichting of mijnbouwwerk ontoelaatbare nadelige voor het milieu veroorzaakt.

5. bij een vergunning van rechtswege, die ontoelaatbare ernstige gevolgen voor de fysieke leefomgeving veroorzaakt of dreigt te veroorzaken;

6. in geval de vergunning betrekking heeft op een stortplaats of afvalvoorziening en deze gesloten wordt;

7. aanhakende toestemmingen.

Toegegeven, dit zal niet vaak aan de orde zijn. Vaker aan de orde is de situatie dat het bevoegd gezag gebruik maakt van een bevoegdheid om een verleende omgevingsvergunning weer in te trekken.

Bevoegdheid tot intrekking

De Wabo noemt 8 gronden op basis waarvan het bevoegd gezag bevoegd is om een omgevingsvergunning in te trekken, te weten:

1. indien gedurende 26 weken onderscheidenlijk de in de vergunning bepaalde termijn, geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

2. op verzoek van een vergunninghouder;

3. met het oog op de brandveiligheid;

4. in het belang van doelmatig beheer van afvalstoffen of verwoesting van een mijnbouwwerk;

5. belang van monumentenzorg;

6. bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen en gronden;

7. in een Verordening aangewezen gronden;

8. aanhakende toestemmingen.

Van deze gevallen komt de eerste, de intrekking van de omgevingsvergunning omdat de termijn om daarvan gebruik te maken is overschreden, het meeste voor.

Gehele of gedeeltelijke intrekking

Het kan gaan om een gehele of een gedeeltelijke intrekking. Gedeeltelijke intrekking is bijvoorbeeld aan de orde wanneer een project uit meerdere activiteiten bestaat. De vergunning kan dan worden ingetrokken voor zover dat nodig is om aan de grond voor intrekking te voldoen.

Bevoegdheid tot intrekking niet onbegrensd

Het bevoegd gezag mag een omgevingsvergunning niet zomaar intrekken, zelfs al is een van de voormelde gronden van toepassing. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft overwogen moeten bij de beslissing over intrekking van een omgevingsvergunning alle in aanmerking te nemen belangen worden betrokken en tegen elkaar afgewogen. Dit volgt bijvoorbeeld uit de uitspraak van 21 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:124, en de uitspraak van 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1492). Naast de door het bestuursorgaan gestelde belangen, waaronder de bescherming van planologische, stedenbouwkundige en welstandelijke inzichten, behoren daartoe ook de (financiële) belangen van vergunninghouder.

Praktijkvoorbeeld

Volgende week zal ik in Deel 2 van deze Blog aan de hand van een praktijk voorbeeld uitleggen hoe de belangenafweging plaatsvindt indien een omgevingsvergunning wordt ingetrokken omdat daarvan niet tijdig gebruik is gemaakt.

Wilt u meer weten over de Omgevingsvergunningen, neemt u dan contact op met een van onze specialisten op het gebied van het omgevingsrecht. Met regelmaat publiceren wij nieuwe artikelen over vastgoedrecht op social media. Volg ons en blijf op de hoogte!

Reageren is niet mogelijk.