Vakantie en verlof

Werknemers hebben recht op vakantie en, in specifieke situaties, op verlof. Deze rechten zijn vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek, Boek 7, Afdeling 3 (artikelen 634 tot en met 645 BW) en worden waar nodig aangevuld in de arbeidsovereenkomst of cao. De regels bepalen niet alleen het aantal dagen, maar ook hoe deze worden opgebouwd, opgenomen en uitbetaald. Heldere afspraken hierover helpen om misverstanden te voorkomen en zorgen voor duidelijkheid voor zowel werkgever als werknemer.

 

Wettelijk recht op vakantie


Volgens artikel 7:634 BW heeft een werknemer per jaar recht op ten minste vier keer de overeengekomen arbeidsduur per week aan vakantie. Voor een fulltime dienstverband (vijf dagen per week) betekent dit minimaal twintig vakantiedagen. In de arbeidsovereenkomst of cao kan een ruimer aantal vakantiedagen worden afgesproken (bovenwettelijke vakantiedagen).

 

Opbouw van vakantiedagen


Vakantie wordt opgebouwd over de maanden waarin de werknemer recht heeft op loon. In sommige situaties wordt ook vakantie opgebouwd zonder dat loon wordt ontvangen, bijvoorbeeld tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof, adoptieverlof of pleegzorgverlof (artikel 7:635 BW).

 

Opname en vaststelling


De werknemer mag in principe zelf de vakantieperiode kiezen. De werkgever moet deze wens volgen, tenzij er sprake is van gewichtige redenen (artikel 7:638 BW). Als de werkgever het verzoek niet binnen twee weken gemotiveerd afwijst, geldt de vakantie als vastgesteld.

 

Ziekte en vakantie


Ziekte tijdens de vakantie telt in beginsel niet als opgenomen vakantiedag, tenzij de werknemer hiermee instemt (artikelen 7:636-637 BW). Het is echter wel afhankelijk van de specifieke situatie.

 

Verval en verjaring


Wettelijke vakantiedagen vervallen zes maanden na het einde van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd, tenzij de werknemer ze redelijkerwijs niet kon opnemen (artikel 7:640a BW). Bovenwettelijke vakantiedagen vervallen niet, maar verjaren alleen na vijf jaar (artikel 7:642 BW). Wettelijke vakantiedagen die niet opgenomen konden worden en daarmee niet zijn komen te vervallen verjaren ook na vijf jaar (artikel 7:642 BW). Na verval of verjaring kan de werknemer geen aanspraak meer maken op de vakantiedagen.


Loon tijdens vakantie


Tijdens vakantie behoudt de werknemer recht op loon (artikel 7:639 BW). Afwijken van de minimumaanspraak ten nadele van de werknemer is in principe niet toegestaan (artikel 7:645 BW).

 

Verlofsoorten


Naast vakantie kent de wet verschillende verlofvormen, onder meer geregeld in de Wet arbeid en zorg en in artikel 7:643 BW (verlof zonder behoud van loon voor deelname aan bepaalde bestuurlijke vergaderingen). Voorbeelden zijn:

  • Calamiteiten- en kort verzuimverlof
  • Kort- en langdurend zorgverlof
  • Zwangerschaps- en bevallingsverlof
  • Ouderschapsverlof
  • Adoptie- en pleegzorgverlof

 

Einde arbeidsovereenkomst


Bij het einde van het dienstverband moeten niet-opgenomen vakantiedagen worden uitbetaald (artikel 7:641 BW). Dit geldt zowel voor wettelijke als bovenwettelijke dagen, tenzij de cao anders bepaalt.

 

Vragen over vakantie en verlof


Wilt u zeker weten dat uw afspraken over vakantie en verlof juridisch juist zijn of heeft u een geschil over opname, uitbetaling of verval van vakantiedagen? Wij bieden duidelijk advies en praktische oplossingen voor zowel werkgevers als werknemers


Vragen?

Heeft u advies nodig op het gebied van arbeidsrecht? Neemt u dan vooral contact met ons op via 0162-453811 of info@rijppaert-peeters.nl.