Donaties aan slachtoffer verrekenen met de schadevergoeding?

Om slachtoffers financieel te ondersteunen na een heftige gebeurtenis, worden er steeds vaker door derden spontane inzamelingsacties gestart. De vraag is of de gelden die het slachtoffer hieruit ontvangt verrekend moeten worden met het bedrag dat een slachtoffer vordert aan schadevergoeding van de dader. Onlangs heeft de Rechtbank Rotterdam hierover een oordeel gegeven.

In deze zaak is een destijds veertienjarig slachtoffer door een groep jongeren mishandeld. Het slachtoffer heeft onder andere diverse klappen moeten incasseren en is enkele malen tegen zijn hoofd getrapt terwijl hij op de grond lag. Daarbij verloor het slachtoffer tot tweemaal toe zijn bewustzijn.

Gelukkig is het slachtoffer er relatief genadig van af gekomen. Op een paar blauwe plekken en een opgezwollen oor na, heeft het slachtoffer geen ander (lichamelijk) letsel opgelopen.

De daders zijn voor bovengenoemde mishandeling strafrechtelijk vervolgd. Het slachtoffer heeft in deze strafzaak een vordering ter hoogte van € 969,00 aan immateriële schade ingesteld. Deze schade ziet op het veroorzaakte verdriet, pijn en verlies aan levensvreugde ten gevolge van de mishandeling.

De daders hebben zich op het standpunt gesteld dat zij vorenbedoeld bedrag niet hoeven te vergoeden, nu het slachtoffer een bedrag aan € 9.000,00 heeft ontvangen ten gevolge van voor het slachtoffer gehouden doneeracties. Daarbij wordt een beroep gedaan op artikel 6:100 BW welk artikel ziet op het verrekenen van ieder voordeel dat het ongeval voor het slachtoffer heeft opgeleverd met de vast te stellen schadevergoeding.

De rechtbank maakt hier evenwel korte metten mee. Daarbij wordt overwogen dat het aannemelijk is dat de donaties uit ideële motieven zijn gedaan en onverplichte giften betreffen van betrokken burgers om het slachtoffer en zijn gezin te steunen in een moeilijke periode. De rechtbank acht het gelet hierop niet redelijk om met deze donaties rekening te houden bij het vaststellen van de door de daders toegebrachte immateriële schade. De rechtbank wijst de immateriële schadevergoeding zodoende toe, maar matigt deze wel tot een bedrag van

€ 750,00.

Concluderend komen, aldus de Rechtbank Rotterdam, uitkeringen die derden uit vrijgevigheid aan het slachtoffer hebben gedaan in beginsel niet voor verrekening in aanmerking.

Deze blog is geschreven door mr. Lisanne Jansen, advocaat bij Buro Letselschade.

 

Reageren is niet mogelijk.