De volmacht (van uw advocaat)

volmacht van advocaatRechtshandelingen kunnen niet alleen door de partijen zelf verricht worden, maar ook in naam van een ander met gebruik van een zogeheten ‘volmacht’.

Volmacht

Een volmacht is de bevoegdheid die de volmachtgever (‘de achterman’) verleent aan de ander (‘de gevolmachtigde’) om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten. Een volmacht is niet aan vormvereisten gebonden. Een volmacht kan uitdrukkelijk, bijvoorbeeld schriftelijk, maar ook stilzwijgend verleend worden. Een volmacht kan dus ook uit een dienstverband of opdracht volgen.

Soms worden rechtshandelingen in de naam van een ander verricht door een persoon of partij die niet beschikt over een (toereikende) volmacht. Dan is het relevant om te weten of de achterman daardoor gebonden is.

Schijn van volmacht verlening

Wanneer sprake is van ‘schijn van volmacht verlening’, is de achterman gebonden. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat voor schijn van volmacht verlening niet steeds een ‘toedoen’ (een verklaring of gedraging) van de achterman is vereist. Voor toerekening van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan ook plaats zijn ingeval de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op feiten en omstandigheden die voor risico van de achterman komen en waaruit naar verkeersopvattingen schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Met als gevolg dus dat de achterman aan de rechtshandeling gebonden is.

Dit wordt ook wel het ‘risicobeginsel’ genoemd.

Volmacht aan een advocaat

Recent zijn door de Hoge Raad twee arresten gewezen over een advocaat die rechtshandelingen in naam van zijn cliënt heeft verricht.

In de eerste zaak ging het om een advocaat die namens zijn cliënt een vastgoedportefeuille had verkocht. In een e-mail aan de wederpartij en diens notaris heeft deze advocaat de koop bevestigd, onder overlegging van alle relevante documenten. Daags daarna verzocht zijn cliënt om de koop geen doorgang te laten vinden, omdat hij inmiddels hernieuwde financiering en een andere gegadigde voor zijn vastgoedportefeuille had gevonden. De advocaat feliciteerde zijn cliënt, maar waarschuwde wel dat door de wederpartij mogelijk “een claim gaat worden ingediend”. Die claim kwam er inderdaad en het hof achtte die claim toewijsbaar, omdat sprake was van feiten en omstandigheden waardoor bij de verkoper “naar verkeersopvattingen de schijn werd gewekt” dat de advocaat zijn cliënt vertegenwoordigde, zodat de verkoper daarop mocht vertrouwen.

De klacht in cassatie, dat het hof het risicobeginsel te ver heeft opgerekt, slaagde niet. De Hoge Raad verwijst allereerst naar zijn eerdere arresten over het risicobeginsel. Verder wijst de Hoge Raad meer concreet op:

(i) de omstandigheid dat de advocaat beschikte over alle voor verkoop en levering van de vastgoedportefeuille relevante documenten, en

(ii) de omstandigheid dat de advocaat zijn cliënt al eerder als advocaat had bijgestaan in een procedure met betrekking tot de vastgoedportefeuille en de cliënt ermee had ingestemd dat de advocaat in zijn eigen netwerk naar een potentiële koper voor de vastgoedportefeuille zocht.

Aldus had de cliënt indirect, door het inschakelen van zijn advocaat en het aan hem ter beschikking stellen van de relevante documenten, bijgedragen aan het bij de verkoper gewekte vertrouwen dat de advocaat bevoegd was om eiser te vertegenwoordigen.

In de tweede zaak, die speelde in Aruba, ging het om de vraag of de cliënt (verkoper) zijn aandelen in een vennootschap aan de koper had overgedragen. De koper beriep zich in dit verband op twee ongedateerde akten, die beide namens de cliënt (verkoper) waren ondertekend door zijn advocaat. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie oordeelde na bewijslevering dat de koper gerechtvaardigd had vertrouwd op volmacht verlening van de cliënt aan de advocaat. Daartoe overwoog het hof onder meer dat de advocaat zich jegens de koper had gepresenteerd als de advocaat van de verkoper, die gemachtigd was om namens deze verkoper de akten te ondertekenen.

Ook in deze zaak wordt in cassatie aan de Hoge Raad de klacht voorgelegd, dat het hof het risicobeginsel te ver heeft opgerekt, maar hier slaagt die klacht wel. Het risicobeginsel gaat volgens de Hoge Raad niet zo ver dat voor toepassing daarvan ook ruimte is in gevallen waarin het tegenover de wederpartij gewekte vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen of gedragingen van de onbevoegd handelende persoon (de advocaat) zelf. De rechter dient in zijn uitspraak feiten en omstandigheden vast te stellen die voor risico komen van de onbevoegd vertegenwoordigde en die rechtvaardigen dat laatstgenoemde in zijn verhouding tot de wederpartij het risico van de onbevoegde vertegenwoordiging draagt. Dat was niet gebeurd. De Hoge Raad vernietigt derhalve het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van en wijst het geding terug naar dat hof ter verdere behandeling en beslissing.

Conclusie

Het risicobeginsel brengt met zich mee dat bij onbevoegde vertegenwoordiging de achterman aan de rechtshandeling gebonden kan zijn. Het gaat echter niet zover dat het vertrouwen op de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid uitsluitend op verklaringen of gedragingen van de onbevoegde vertegenwoordiger kan worden gebaseerd. Dit geldt ook bij vertegenwoordiging door een advocaat.

Heeft u vragen over deze Blog, of andere vragen, neemt u dan gerust contact op met ons Legal Team.

 

 

Reageren is niet mogelijk.