De strijd na de wedstrijd

Binnen de lijnen van het sportveld is meer geoorloofd dan daarbuiten. Een sliding op het voetbalveld wordt veelal gehonoreerd, terwijl een tackle in het dagelijks leven normaliter direct ‘onrechtmatig’ is. Tijdens sport- en spelsituaties wordt dus meer toegelaten dan buiten deze situaties. Maar dat betekent niet dat deelnemers niet onrechtmatig jegens elkaar kunnen handelen. Ook bij sport- en spelsituaties bestaat namelijk geen vrijbrief om op onrechtmatige wijze schade aan een ander toe te brengen.


Verhoogde aansprakelijkheidsdrempel

Tijdens het beoefenen van een sport bestaat vaak een verhoogde kans tot het oplopen van blessures, al dan niet door toedoen van een ander. In de rechtspraak is ter zake dan ook bepaald dat deelnemers aan een sport of spel – uiteraard tot op zekere hoogte – gevaarlijke, verkeerd getimede, onvoldoende doordachte en/of slecht gecoördineerde gedragingen van elkaar moeten verwachten. Voor sport- en spelsituaties geldt zodoende een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel.

Wat mogen deelnemers exact van elkaar verwachten? En wanneer handelt een deelnemer onrechtmatig? Die vragen kunnen niet eenduidig worden beantwoord, want één en ander is mede afhankelijk van de omstandigheden van het geval en van de soort sport c.q. het soort spel dat wordt beoefend. Zo is een vuistslag op het korfbalveld al gauw onrechtmatig, terwijl een deelnemer van een bokswedstrijd normaal gesproken het risico heeft aanvaard dat hij op zijn neus wordt geslagen.

Belangrijk is in ieder geval om een helder onderscheid te maken tussen het moment dat wordt gespeeld en het moment dat dit niet het geval is. Heeft de scheidsrechter het spel bijvoorbeeld stil gelegd, dan komt men eerder aan een onrechtmatige daad.

Verschillende spelregels

Daarnaast kunnen uit de rechtspraak nog verschillende spelregels worden afgeleid. Zo zal een civiele rechter eerder een spreekwoordelijke rode kaart uitdelen indien opzettelijk ernstig letsel wordt toegebracht. Ook zal de rechter een speler sneller aansprakelijk houden indien op zeer grove mate in strijd wordt gehandeld met de geldende spelregels. Voorts worden gedragingen die op geen enkele wijze tot de sport- of spelsituatie kunnen worden herleid geregeld als onrechtmatig gekwalificeerd.

Niet iedere gedraging op het sportveld kan dus door de beugel. Het duwen van een deelnemer nadat het spel is afgelopen, het bijten in de schouder van een voetballer en het trappen van een handbal tegen het hoofd van een ander kan onrechtmatig zijn. Dat zijn gedragingen die zich buiten de sport- en spelsituatie hebben voorgedaan, dan wel waarvan duidelijk is dat de andere deelnemers daar niet op hoefden te rekenen.

Maar ook gedragingen die niet helemaal vreemd zijn binnen de sport c.q. het spel, kunnen onrechtmatig zijn. Zo veroordeelde het Gerechtshof Den Haag recentelijk, in een strafzaak, een amateurvoetballer – die een harde en onjuiste sliding had ingezet – tot een taakstraf (100 uur) en tot het voldoen van een schadevergoeding (van bijna € 9.000,00) aan zijn gewond geraakte tegenstander.

Al met al aanvaard je als deelnemer van een sport- en spelsituaties een verhoogd risico op onbesuisde acties van de ander. Echter, het op onrechtmatige wijze toebrengen van schade wordt steeds meer aan banden gelegd.

Wilt u advies omtrent het bovenstaande of hebt u andere vragen? Neemt u dan gerust contact op met onze Vakgroep Aansprakelijkheid en Letselschade.

Reageren is niet mogelijk.