Dader van een ernstig misdrijf veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding, maar blut? Wat nu?

Dinsdag 17 juli jl. is Michael P. veroordeeld voor het ontvoeren, het verkrachten en het doden van Anne Faber. Naast een celstraf van 28 jaar en tbs met dwangverpleging moet hij de ouders en de broer van Anne Faber een schadevergoeding betalen van in totaal bijna € 140.000,00. Enkele dagen later verscheen de navolgende tekst in de krant en op Twitter: “Michael P. is blut, dus schiet de overheid de schadevergoeding voor”. Voormelde tekst zorgde voor veel ophef en discussies. Maar hoe zit dit nu eigenlijk?

Als slachtoffer (of diens nabestaande(n)) kun je je voegen in het strafproces als benadeelde partij. In het kader van deze ‘voeging benadeelde partij’ kun je schadevergoeding van de verdachte vorderen. Zowel de ouders, als de broer en de vriend van Anne Faber hebben zich in de zaak tegen Michael P. gevoegd als benadeelde partij en hebben zich bij laten staan door een advocaat. De vriend van Anne Faber had echter geen vordering ingediend.

Artikel 51f lid 2 van het Wetboek van Strafvordering jo. artikel 6:106 en 6:108 van het Burgerlijk Wetboek bepalen een regeling voor de kosten die nabestaanden kunnen vorderen als benadeelde partij in het strafproces bij het overlijden van iemand als gevolg van een strafbaar feit. Het uitgangspunt is dat de dader verantwoordelijk is voor de ontstane schade en deze dient te vergoeden indien de rechter de dader hiertoe veroordeelt. In de meeste gevallen legt de rechter dan een zogenoemde schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht) op. De overheid heeft dan diverse mogelijkheden en (dwang)middelen om dat geld zo veel als mogelijk bij de dader te kunnen verhalen.

Indien de (voor een misdrijf) veroordeelde niet of niet volledig binnen acht maanden (na de dag waarop het vonnis of arrest waarbij de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd onherroepelijk is geworden) aan zijn verplichting heeft voldaan, keert de staat (het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB)) het resterende bedrag uit aan het slachtoffer (of diens nabestaande(n)). De staat (het CJIB) verhaalt vervolgens het uitgekeerde bedrag op de veroordeelde. Het voormelde wordt bepaald in artikel 36f lid 7 van het Wetboek van Strafrecht en wordt ook wel de ‘voorschotregeling’ genoemd.

Uit de praktijk blijkt dat het ‘inningstraject’ vaak enige tijd in beslag neemt. Om te voorkomen dat slachtoffers zogezegd dubbel slachtoffer worden (ook wel secundaire victimisatie genoemd), is de voorschotregeling in het leven geroepen. Voormelde voorschotregeling is op 1 januari 2011 met de Wet versterking positie slachtoffer in werking getreden en in 2016 verder uitgebreid.

De staat (het CJIB) heeft diverse (dwang)middelen om het uitgekeerde geld bij de daders te innen. Uit de praktijk blijkt dat de betalingsregeling een effectief middel is dat veelvuldig wordt ingezet. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde paspoortsignalering. Degene die niet wil betalen, kan ook geen nieuw paspoort aanvragen. In het Register paspoortsignaleringen (RPS) staan de personen geregistreerd aan wie geen paspoort verstrekt mag worden. Als daders echt niet meewerken, kan dit zelfs worden meegewogen in de beslissing of iemand al dan niet voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld (na twee derde van de straf).

De Minister voor Rechtsbescherming, Sander Dekker, zet zich in voor meer maatregelen om het geld bij de dader te kunnen verhalen, ook nadat de dader zijn/haar celstraf heeft uitgezeten. In dit kader schreef hij op 26 juni 2018 een brief aan de Tweede Kamer in het verlengde van zijn ‘meerjarenagenda slachtofferbeleid 2018-2021’. Één van de ambities uit voormelde meerjarenagenda is het vergroten van de mogelijkheden voor slachtoffers tot het verhalen van schade.

Zo komt er een pilot met telefonische incasso en een pilot waarbij de overheid de inkomsten en het vermogen van de daders, ook na detentie, in de gaten blijft houden. Mocht blijken dat er geld is binnengekomen, dan wordt de inning hervat, aldus de Minister. Ook wil hij bewerkstelligen dat betalingsregelingen in latere fases van het traject mogelijk worden en de mogelijkheid om in termijnen te betalen meer onder de aandacht wordt gebracht.

Mijns inziens is het van groot belang dat slachtoffers van strafbare feiten (of diens nabestaande(n)) hun schade vergoed krijgen en dat de dader(s) deze schade zelf betalen. Naar mijn mening wordt met het bovenstaande dus weer een stap in de goede richting gezet!

Dit artikel is geschreven door mr. Romana van der Leij, advocaat bij Buro Letselschade.

Reageren is niet mogelijk.