Beleidsregels voor opheffing sluiting woning op grond van artikel 13b Opiumwet: wie volgt?

Eerder hebben wij u geïnformeerd over de mogelijkheden die een burgemeester heeft wanneer (bijvoorbeeld) een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Een van de maatregelen houdt in dat de burgemeester kan besluiten een pand voor een bepaalde duur te sluiten. De burgemeester doet dit om overlast in de buurt tegen te gaan, door herhaling van handel in drugs of vanuit het pand te voorkomen, de bekendheid van het pand als drugspand uit het criminele circuit weg te nemen en het signaal af te geven dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit. Het uitgangspunt is gelet hierop dat een opgelegde sluiting ook geëffectueerd wordt.

Een besluit tot sluiting van een pand heeft niet alleen gevolgen voor de persoon die de overlast veroorzaakt. Ook voor de verhuurder/eigenaar van het pand kan een sluiting grote gevolgen hebben. Waarom dat zo is, kunt u hier teruglezen.

Wijziging van beleid, gemeente Tilburg

Het sluiten van een (huur)woning betekent voorts dat, in de huidige tijd van grote krapte op de (sociale) huurmarkt, een gesloten woning gedurende een aantal maanden niet beschikbaar is voor bewoning. Mede gelet hierop heeft de burgemeester van Tilburg besloten een wijziging door te voeren in zijn beleid.

“De burgemeester heeft oog voor zowel het algemeen belang van bestrijding van drugshandel als voor het algemeen belang van beschikbaarheid van voldoende betaalbare woonruimte. Hij is daarom onder bepaalde omstandigheden bereid welwillend te kijken naar een verzoek tot opheffing van een reeds geëffectueerde sluiting van een woning”, aldus de burgemeester van Tilburg.

Hierbij speelt een belangrijke rol dat de eigenaar/verhuurder moet kunnen aantonen:

  1. dat hij bij het aangaan van een huurovereenkomst inspanningen heeft gepleegd om illegaal gebruik van zijn woning te voorkomen;
  2. dat hij actief toezicht heeft gehouden op het gebruik van zijn woning;
  3. dat hij, na het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs in zijn woning, uit eigen beweging actie heeft ondernomen om de negatieve effecten daarvan op de openbare orde en de woon- en leefomgeving weg te nemen en voldoende maatregelen heeft getroffen om het risico op herhaling van verstoring van de openbare orde door illegaal gebruik van zijn woning voor drugshandel te verkleinen.

En zal er in ieder geval door de verhuurder aan de volgende vereisten moeten zijn voldaan:

  1. Er is sprake van een schriftelijke huurovereenkomst en een deugdelijke huuradministratie;
  2. Uit de huuradministratie blijkt dat de huur wordt voldaan aan de eigenaar/verhuurder en door degene met wie die huurovereenkomst is gesloten. Er dient sprake te zijn van bancaire huurbetalingen;
  3. De identiteit en kredietwaardigheid van de huurder(s) is geverifieerd door middel van identiteitsbewijs, werkgeversverklaring, recente loonstroken en/of een inkomensverklaring;
  4. Degene met wie de huurovereenkomst is gesloten en die de huur betaalt staat ook op het huuradres ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP);
  5. De eigenaar/verhuurder maakt aannemelijk dat hij voldoende concreet toezicht heeft gehouden en deugdelijk toezicht kan houden op het gebruik van de verhuurde woning;
  6. De eigenaar/verhuurder maakt zelf actief melding van verdachte omstandigheden in zijn woning bij de politie;
  7. De eigenaar/verhuurder moet zelf actief overgaan tot opzegging of beëindiging van de huurovereenkomst en het toewijzen van de woning aan een nieuwe huurder.

Het beleid geeft voorts aan dat bij een verzoek om opheffing van de sluiting steeds per geval zal worden bekeken of hieraan tegemoet kan worden gekomen.

Vijf tips voor verhuurders

Natuurlijk is het niet altijd te voorkomen dat in of vanuit uw woning een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Dit geldt hetzelfde voor de sluiting van de woning door de burgemeester  als gevolg van die constatering. Het nieuwe beleid van de burgemeester van Tilburg geeft echter wel duidelijke handvatten om een eventuele sluiting weer zo spoedig mogelijk op te heffen. Het is daarom belangrijk om:

  • een schriftelijke huurovereenkomst te sluiten en een deugdelijke administratie bij te houden over alle relevante gegevens, inclusief bancaire huurbetalingen;
  • goed te verifiëren en vast te leggen met wie u als huurder te maken hebt, zodanig, dat u dit ook achteraf kunt aantonen;
  • bepaalde verplichtingen en verboden expliciet in de huurovereenkomst op te nemen, zoals de verplichting om in te schrijven in de Basisregistratie Personen, de mogelijkheid van het actief afleggen van controlebezoeken, duidelijke bepalingen over wat verboden is in het gehuurde en wat daar de consequenties van zijn etc.;
  • de gemaakte afspraken ook daadwerkelijk na te komen en uit te voeren, zodanig, dat u dit achteraf kunt aantonen;
  • correct te handelen bij een verdachte situatie en de juiste beslissingen te nemen in geval de burgemeester het voornemen uit de woning te sluiten.

Al met al een goede ontwikkeling, omdat bij veel gemeenten geen beleid voor opheffing bestaat, hiertoe niet of nauwelijks wordt overgegaan en/of hier niet altijd consistent mee wordt omgegaan.

Welke gemeente volgt?

Eens napraten over dit onderwerp of op zoek naar een oplossing? Neem dan contact met ons op.

Reageren is niet mogelijk.