Indien u slachtoffer bent van een ongeval, medische fout of strafbaar feit, hebt u recht op een schadevergoeding. Daarbij moet niet alleen gedacht worden aan een vergoeding van de materiële schade, zoals het verlies van arbeidsvermogen, reiskosten en medische kosten, maar ook aan een vergoeding van de immateriële schade. Dit laatste wordt ook wel smartengeld genoemd. Het gaat dan om een vergoeding voor alle pijn, verdriet en gederfde levensvreugde.
Sinds jaar en dag heerst er discussie in Nederland omtrent de vaststelling van de hoogte van het smartengeld. Hierbij wordt met name geklaagd over de lage smartengeldvergoedingen die in Nederland worden toegekend en over de niet transparante wijze van vaststelling van het smartengeld. Hoe wordt smartengeld dan vastgesteld? Bij het bepalen van de hoogte wordt vaak (slechts) gekeken naar uitspraken die rechters in vergelijkbare zaken hebben gedaan. Veel van deze uitspraken zijn verzameld door de ANWB in de zogenaamde “Smartengeldgids”. Dit biedt uiteraard enige houvast, maar helaas is er onder rechters toch een bepaalde willekeur – iedere zaak is bovendien anders – en deze wijze van vaststelling heeft voorts tot gevolg dat de hoogte van het smartengeld zich niet ontwikkelt.
Om een oplossing te vinden voor bovenstaande discussie, werd in 2016 de “Denktank Smartengeld” in het leven geroepen door de Letselschade Raad. In deze Denktank zaten vertegenwoordigers van de letselschadebranche. Helaas heeft De Letselschade Raad recentelijk laten weten dat de Denktank is opgeheven. “De visies van de verschillende relevante marktpartijen blijken helaas te onverenigbaar met elkaar”, aldus De Letselschade Raad. Zij hebben bovendien aangekondigd voorlopig geen nieuwe activiteiten op te zetten om tot een verbetering te komen van de vaststelling van het smartengeld.
Helaas lijkt een oplossing dus wederom niet dichtbij. Een einde aan de willekeur en discussies is voorlopig dan ook nog niet in zicht.
Dit artikel is geschreven door mr. Lisanne Jansen, advocaat bij Buro Letselschade.
