Op het moment dat een zieke werknemer bijna twee jaar ziek is en een WIA-aanvraag bij het UWV heeft ingediend, dan breekt er een spannend moment aan. Alleen bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van minimaal 35% wordt er namelijk een WIA-uitkering toegekend. Een arbeidsongeschiktheidspercentage van tussen de 35 en 80% kan aanvankelijk positief lijken (gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid), maar na het verstrijken van de loongerelateerde periode (gelijk aan WW-duur) kan er mogelijk worden teruggevallen op een fors lagere vervolguitkering.
In veel bezwaar- en beroepsprocedures wordt geprobeerd om het arbeidsongeschiktheidspercentage zo hoog mogelijk te laten vaststellen, dit bij voorkeur voor minimaal 80%. Deze uitkeringsvariant (80-100%) blijft namelijk in principe onaangetast tot de AOW-gerechtigde leeftijd en geeft (financiële) rust en zekerheid voor de toekomst. De beoordeling of er al dan niet sprake is van een zogeheten urenbeperking speelt hierbij vaak een belangrijke rol.
Een urenbeperking kan slechts op basis van een drietal indicaties worden vastgesteld volgens de geldende wet- en regelgeving. Een belangrijke indicatie betreft de energetische variant. Denk bijvoorbeeld aan verminderde energie als gevolg van bepaalde langdurige aandoeningen (zoals Long Covid), psychische stoornissen of slaapproblematiek.
Recente uitspraak urenbeperking
Op 31 juli 2026 heeft de rechtbank Gelderland nog geoordeeld dat de mate van een urenbeperking door het UWV in het kader van een WIA-beoordeling terecht was vastgesteld. De WIA-gerechtigde vond dat een urenbeperking van maximaal vier uur per dag en twintig uur per week had moeten worden aangenomen, omdat er sprake zou zijn van een verhoogde recuperatiebehoefte (herstelperiode). De rechtbank ging hier niet in mee en vond de eerder vastgestelde urenbeperking van zes uur per dag en dertig uur per week passend.
Het gevolg hiervan was dat de WIA-gerechtigde blijvend slechts voor 42% arbeidsongeschikt werd bevonden. Het UWV had de mate van arbeidsongeschiktheid dan ook aanvankelijk juist vastgesteld in het kader van de WIA-beoordeling.
Conclusie
In deze zeer recente uitspraak is opnieuw duidelijk geworden dat het niet eenvoudig is om een urenbeperking te laten vaststellen op zodanige wijze dat het arbeidsongeschiktheidspercentage zo hoog mogelijk (gunstig) wordt vastgesteld. Voor een WIA-gerechtigde kan een (relatief) laag arbeidsongeschiktheidspercentage op termijn echter een fors inkomensverlies tot gevolg hebben. Laat u dan ook in het kader van een WIA-aanvraag goed adviseren en zo nodig ook een WIA-beslissing van het UWV door een specialist op het gebied van het socialezekerheidsrecht altijd even goed beoordelen.
Heeft het UWV bij uw WIA-beoordeling geen of volgens u een te beperkte urenbeperking aangenomen?
Neem gerust contact op met ons kantoor. Wij helpen u graag verder en denken met u mee!
