In een eerdere blog hebben wij uitgebreid stilgestaan bij de (gevolgen van de) beleidsregels op grond van artikel 13b Opiumwet gemeente Oosterhout. Maar de eerdere beleidsregels op grond van dit artikel 13b Opiumwet gemeente Oosterhout zijn ingetrokken. Per 15 september 2016 zijn er nieuwe beleidsregels in werking getreden.
Een uniform beleid
Deze nieuwe beleidsregels van de Gemeente Oosterhout zijn tot stand gekomen na consultatie van de zogeheten driehoek (burgemeester, Openbaar Ministerie en de politie-eenheid).
Gelet op een doelmatige aanpak is er voor gekozen om een zoveel mogelijk uniform (sanctie)beleid te creëren binnen het Dongemond-gebied (gemeenten Oosterhout, Drimmelen, Geertruidenberg, Werkendam, Woudrichem en Aalburg).
De doelen van de beleidsregels zijn hetzelfde gebleven:
- een geconstateerde overtreding te laten volgen door een maatregel die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de ernst van de overtreding;
- duidelijkheid en kenbaarheid te verschaffen over welke maatregel van de burgemeester volgt na een overtreding, waardoor er mogelijk een preventieve werking van uit gaat;
- herstel door het beëindigen van, dan wel het voorkomen van herhaling van de overtreding in het pand 1 ;
- door onderliggend beleid de motivering van bestuurlijke maatregelen in een gerechtelijke procedure te versterken.
Veranderingen beleid?
Los van enkele tekstuele aanpassingen, is een omschrijving toegevoegd over wat wordt verstaan onder bedrijfsmatige hennepteelt en de handelshoeveelheid drugs. Wat verder nog opvalt is dat de beleidsregels over overlast op grond van artikel 174a Gemeentewet uit de beleidsregels zijn verdwenen. Daarnaast zijn enkele praktische zaken nader uitgewerkt, zoals het feitelijk sluiten van de woning, en er is stilgestaan bij het belang van handhaving. Niet nieuw, maar wel toegevoegd in de beleidsregels is dat de gemeente Oosterhout op grond van de Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen Onroerende zaken een registratie bijhoudt van alle sluitingen. Op deze manier kan iedereen kennis nemen van eventueel van kracht zijnde of eerdere sluiting(en) van een pand of perceel (http://www.kadaster.nl/wkpb).
Indien voor het eerst harddrugs in een bedrijfsruimte worden aangetroffen, wordt het pand nog altijd direct gesloten voor een periode van 12 maanden. Bij de tweede constatering wordt het pand gesloten voor onbepaalde tijd. Het pand wordt gesloten als sprake is van verkoop van harddrugs door de eigenaar of exploitant, de leidinggevende of ander personeel, er meer dan 0,5 gram harddrugs aanwezig is, of meer dan 5 ml GHB. Het betreft geen limitatieve opsomming.
Indien voor het eerst softdrugs in een bedrijfsruimte worden aangetroffen, wordt het pand gesloten voor een periode van 6 maanden. Bij een tweede constatering voor een periode van 12 maanden en bij een derde constatering sluit de burgemeester het pand voor onbepaalde tijd. Het pand wordt gesloten indien sprake is van verkoop van softdrugs door de eigenaar of exploitant, de leidinggevende of ander personeel of indien meer dan 5 gram softdrugs in het pand aanwezig is, of als er sprake is van een bedrijfsmatige hennepkwekerij. Het betreft geen limitatieve opsomming.
Ook een woning kan nog steeds op last van de burgemeester gesloten worden. De burgemeester dient dan wel rekening te houden met artikel 8 EVRM. Hier staat kort in omschreven dat een ieder recht heeft op respect voor zijn privéleven, zijn familie- of gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Bij een eerste constatering van de aanwezigheid van harddrugs, kan de woning al gesloten worden voor een periode van 3 maanden. Bij een eerste constatering van de aanwezigheid van softdrugs krijgt de eigenaar, huurder of bewoner een bestuurlijke waarschuwing.
Nieuw is het gegeven dat bij constatering van een handelshoeveelheid softdrugs of drugshandel in een woning van de beleidsregels kán worden afgeweken. Afwijking is toegestaan indien het gaat om ernstige gevallen. De eerste stap, de bestuurlijke waarschuwing, wordt dan overgeslagen. De woning wordt direct voor een aaneensluitende periode van 3 maanden gesloten. Wanneer sprake is van een ernstig geval, is nog niet helemaal duidelijk. Wel zijn een aantal indicatoren geformuleerd:
- de aangetroffen hoeveelheid softdrugs/hennepplanten overschrijdt ruimschoots de toegestane hoeveelheid voor eigen gebruik;·
- de mate waarin de woning betrokken is bij, dan wel bekend staat als pand waar drugshandel of drugsbezit aanwezig is;·
- strafbare feiten, geweldsdelicten, verboden wapenbezit als bedoeld in de wet Wapens en Munitie of andere openbare orde-delicten gerelateerd aan de woning;
- vermoedens van verwijtbaarheid van de bewoner(s)/betrokkene(n) of betrokkenheid bij personen met antecedenten;
- de mate van gevaar of risico voor het woon- en leefklimaat in de omgeving en/of omwonende(n);
- de mate van overlast;
- aannemelijkheid dat behalve de woning of het daarbij behorende erf nog één of meer locaties betrokken is/zijn bij drugshandel in georganiseerd verband of als aanwezigheid van drugs hierop duidt.
Niet veel veranderingen
Al met al zijn er niet heel veel veranderingen doorgevoerd, maar zullen de beleidsregels interessante discussies kunnen opwerpen over wanneer sprake is van een ‘ernstig geval’ op basis waarvan een woning direct kan worden gesloten.
Als verhuurder of eigenaar van een pand blijft het dus opletten geblazen. U kunt nog steeds én inkomsten mislopen én een hoge rekening gepresenteerd krijgen in geval van een eventuele ontruiming. Er zal namelijk niet snel (in gunstige zin) worden afgeweken van de beleidsregels. Wees alert, houdt regelmatig pandcontroles en probeer na constatering van (de mogelijke aanwezigheid van) drugs direct een sluiting te voorkomen. En heeft u vragen, neem contact met ons op.

