Aansprakelijkheid van de gemeente wegens overschrijding van wettelijke beslistermijn

11 maart, 2020

De wet kent diverse beslistermijnen waarbinnen bestuursorganen een besluit dienen te nemen. Niet alleen op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar ook op basis van andere bijzondere wetten zoals de Wet algemene beginselen omgevingsrecht (Wabo). In de praktijk worden deze termijnen veelal niet gehaald. De Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (Wdbntb) biedt belanghebbenden de mogelijkheid rechtsmiddelen aan te wenden tegen het niet tijdig beslissen door de overheid. Een belanghebbende kan op grond van deze regeling een dwangsom vorderen voor iedere dag dat de beslissing uitblijft nadat de beslistermijn is verstreken. De hoogte van deze dwangsom is echter afhankelijk van de duur van de vertraging, en is gemaximaliseerd tot een bedrag van € 1.442,00. Maar leidt het niet tijdig nemen van een beslissing ook tot onrechtmatig handelen door de overheid en daarmee tot de verplichting de hierdoor geleden schade te vergoeden?

Onzorgvuldig handelen door niet tijdige beslissen 

De Hoge Raad heeft in zijn eerdere rechtspraak de mogelijkheid aangenomen voor toekenning van schadevergoeding wegens vertraagde besluitvorming. 

In zijn arrest van 22 oktober 2010 oordeelde de Hoge Raad dat voor de toekenning van schadevergoeding op basis van onrechtmatig handelen (artikel 6:162 BW) sprake dient  te zijn van méér dan enkel de overschrijding van de wettelijke beslistermijn. Volgens de Hoge Raad dient voor aansprakelijkheid sprake te zijn van bijkomende omstandigheden waardoor het bestuursorgaan handelde met de jegens een belanghebbende in acht te nemen ongeschreven zorgvuldigheidsnorm. De Hoge Raad voegde daar in zijn arrest van 10 januari 2013 aan toe dat de wettelijke beslistermijn erop ziet het bestuursorgaan met voortvarendheid te laten beslissen en duidelijkheid te creëren voor de belanghebbende over binnen welke termijn zij een beslissing mogen verwachten.

In niet veel gevallen werd op basis van voornoemde rechtsregels daadwerkelijk schadevergoeding toegekend. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kende deze wel toe: in haar uitspraak van 3 september 2019 oordeelde het hof dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door de wettelijke beslistermijnen te overschrijden.

Waar ging het om?

Een initiatiefnemer van een bouwproject in de gemeente de Ronde Venen (hierna: de gemeente) vraagt in 2008 voor het eerst een vergunning aan voor de bouw van twintig woningen. 

Na veelvuldig overleg met gemeente en omwonenden, het meermaals aandringen op het nemen van een besluit en het indienen van een laatste aanvraag op 30 december 2014, ontvangt initiatiefnemer – ruim zeven jaar na de eerste aanvraag – op 16 oktober 2015 een vergunning. De initiatiefnemer vordert bij de rechtbank schadevergoeding van ruim vijf miljoen van de gemeente voor de geleden schade in verband met het niet tijdig nemen van een besluit. Hiertoe stelt zij dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld wegens vertraagde en onrechtmatige besluitvorming. De rechtbank wijst de vordering in eerste aanleg op beide gronden af. Het hof oordeelde in hoger beroep andersluidend.

Volgens het hof waren hier dergelijke ‘bijkomende omstandigheden’ aan de orde waardoor sprake was van een overschrijding van de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm. Hierbij achtte het hof de volgende drie omstandigheden relevant:

  1. De wettelijke beslistermijn werd fors overschreven, te weten met maar liefst bijna drie (!) jaar;
  2. Initiatiefnemer heeft aangedrongen op het nemen van een besluit, óók voor het geval dat het besluit negatief uitvalt;
  3. De gemeente is duidelijk geattendeerd op de grote financiële nadelige consequenties voor de betrokkene bij het uitblijven van de besluitvorming. 

Het hof oordeelde dat deze feitelijke omstandigheden ertoe leiden dat de gemeente, door pas na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn een besluit te nemen, onrechtmatig jegens initiatiefnemer heeft gehandeld. Het verzoek tot schadevergoeding wegens vertraagde besluitvorming werd dan ook toegewezen. 

Conclusie 

De niet tijdige besluitvorming door een bestuursorgaan leidt niet zonder meer tot diens aansprakelijkheid. De belanghebbende staat echter niet met lege handen. Naast de mogelijkheid om een dwangsom te vorderen op grond van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen, is het in sommige gevallen óók mogelijk de overheid aansprakelijk te stellen voor geleden schade in wegens de overschrijding van de wettelijke beslistermijn. 

Meer weten?

Vragen over dit onderwerp en/of behoefte aan deskundige bijstand? Neemt u dan contact met ons op.