ALS MIJN DOCHTER 12 IS MAG ZE ZELF KIEZEN

Minderjarige kinderen en echtscheiding

Deze veelgehoorde uitspraak is een misverstand, maar wel een hardnekkige. Veel ouders die gescheiden zijn of in een echtscheidingsprocedure verwikkeld zijn, zijn er van overtuigd dat kinderen zelf mogen bepalen bij wie ze gaan wonen zodra ze twaalf jaar zijn. Dat is echter niet juist. Dit misverstand is ontstaan doordat in gerechtelijke procedures die over kinderen gaan, alle kinderen die twaalf jaar of ouder zijn een uitnodiging van de rechter krijgen voor een zogenaamd kindgesprek. Denk dan aan echtscheidingsprocedures, maar ook aan procedures over gezag en omgang. Het kind wordt in de gelegenheid gesteld om zijn of haar mening te geven. Trouwens ook als ouders het wel eens zijn met elkaar over de toekomstige zorgregeling, krijgt ieder kind van twaalf jaar of ouder een uitnodiging van de rechter. Het kind mag dan zijn mening geven over het door de ouders opgestelde ouderschapsplan.

Kinderen zijn niet verplicht om gehoor te geven aan de uitnodiging voor het gesprek met de rechter. Ze mogen ook een brief schrijven of zelfs helemaal niets laten horen. Niet ieder kind heeft er ook behoefte aan om zijn of haar stem te laten horen. Het gaat er vooral om dat kinderen daartoe in de gelegenheid worden gesteld .

De ouder(s) mogen niet aanwezig zijn bij het kindgesprek. Dit vindt plaats onder vier ogen met de rechter. Het gesprek is vertrouwelijk en de rechter zal nooit uitgebreid verslag doen van hetgeen het kind heeft verteld. Tijdens de zitting waar de ouders bij zijn, geeft de rechter het gesprek met het kind  slechts kort en zakelijk weer.

Kinderen bepalen niet de uiteindelijke beslissing van de rechter. Dat zou een veel te zware belasting zijn voor een kind. De rechter laat, bij het nemen van zijn beslissing, de wensen van het kind wel meewegen, maar zal nooit blind varen op wat het kind heeft gezegd. Kinderen kunnen immers niet altijd de gevolgen overzien van bepaalde beslissingen. Daarnaast geldt wel dat, naarmate het kind ouder is, er meer gewicht aan zijn of haar stem wordt gelegd.

Er gaan steeds meer stemmen op om nog jongere kinderen in staat te stellen  te worden gehoord door de rechter. De Staatscommissie herijking ouderschap heeft geadviseerd kinderen vanaf acht jaar in de gelegenheid te stellen te worden gehoord in procedures rond afstamming en gezag. Bij de rechtbank Amsterdam heeft in 2016 een pilot gelopen. Of deze een landelijk vervolg gaat krijgen is nog niet duidelijk.

Overigens kan een ouder die dat wenselijk vindt wel altijd aan de rechtbank vragen om ook zijn of haar kind dat jonger is dan twaalf jaar te horen. Het is afhankelijk van de situatie, maar vaak wordt hier negatief op beslist.

Kortom, er wordt rekening gehouden met de mening en wensen van kinderen, maar uiteindelijk beslissen de ouders en als zij er niet uitkomen, de rechter.

Heeft u vragen over het vorenstaande of over andere zaken? Neemt u dan gerust contact met ons op.

 

Reageren is niet mogelijk.