Verstand van Bouwrechtzaken N°19 – De inspanningsverplichting -Deel I

Onlangs heeft de Hoge Raad een belangwekkend arrest gewezen over de inspanningsverplichting van een gemeente om een bouwvergunning af te handelen binnen de wettelijke beslistermijnen. De uitkomst: het enkel feit dat een wettelijke beslistermijn is overschreden, terwijl in de overeenkomst is bepaald dat binnen deze termijnen wordt beslist, betekent niet zonder meer dat de gemeente jegens een marktpartij onrechtmatig handelt[1].

Maar wat is eigenlijk een inspanningsverplichting?

En waarom is deze uitspraak zo belangwekkend voor onze (bouw)praktijk?

Inspanningsverplichting

Bij een inspanningsverplichting gaat een partij de verplichting aan om zich in te spannen om een bepaald resultaat te bereiken, maar hij garandeert dat resultaat niet. Bij een inspanningsverplichting kan dus niet reeds van een toerekenbare tekortkoming (wanprestatie) gesproken worden op het moment dat het resultaat niet wordt bereikt. Er is pas sprake van wanprestatie zodra er niet voldoende inspanningen zijn geleverd.

Een voorbeeld van een inspanningsverplichting is de advocaat, die garandeert niet een bepaald resultaat (winst van de zaak), maar wel dat hij zijn best doet. Een ander voorbeeld is de makelaar, die garandeert niet de verkoop van het huis, maar wel zijn inspanning om dat resultaat voor elkaar te krijgen.

Resultaatsverplichting

Tegenover de inspanningsverplichting staat de resultaatsverplichting. Een partij die een resultaatsverplichting op zich neemt, verplicht zich om een bepaald resultaat te behalen. Deze verplichting wil dus ook zeggen dat alleen inspanning daartoe niet voldoende is. Wanprestatie is bij de resultaatsverplichting dus reeds aanwezig zodra het resultaat niet is zoals dat is overeengekomen.

Een voorbeeld dat bij bouwzaken al snel te binnen schiet, is de overeenkomst van aanneming. Blijkens de wet (artikel 7:750 BW) is de hoofdverplichting van de aannemer een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren. De term ‘tot stand brengen’ wijst in de richting van een resultaatsverbintenis. De aannemer die een huis bouwt verplicht zich tot het realiseren van een eindproduct: het huis. Wordt het huis niet (af)gebouwd, dan kan hij zich niet verweren met het argument dat hij zich in elk geval heeft ingespannen.

Maar vergis je niet, ook bij aanneming is niet altijd sprake van een resultaatsverbintenis. De reikwijdte van de prestatieplicht van de aannemer wordt sterk bepaald door de mate van gedetailleerdheid waarmee de opdrachtgever de eisen formuleert waaraan het werk moet voldoen en ook door de mate waarin de aannemer keuzevrijheid wordt gelaten bij het realiseren van die eisen.

Verschil tussen inspanningsverplichting en resultaatsverplichting

Het verschil tussen een inspanningsverplichting en een resultaatsverplichting is dus, dat voor wanprestatie bij de resultaatsverplichting enkel hoeft te worden gesteld dat het resultaat niet is behaald, terwijl bij een inspanningsverplichting moet worden bewezen dat er niet voldoende inspanningen zijn gedaan. Het laatste is uiteraard veel lastiger dan het eerste.

In het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad speelde niet zozeer de vraag of sprake was van een inspanningsverplichting of een resultaatsverplichting, maar wel of de gemeente had voldaan aan de inspanningsverplichting. Hierop zal ik volgende week in het tweede deel van deze blog ingaan.

Wilt u meer weten over inspanningsverplichting en de resultaatsverplichting in het bouwrecht, neemt u dan contact op met een van onze specialisten.

Met regelmaat publiceren wij nieuwe artikelen over vastgoedrecht op social media. Volg ons en blijf op de hoogte!


[1] HR 5 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:339

Reageren is niet mogelijk.